We staan aan de vooravond van zeer grote, zeer ernstige dingen. Zoals ik de “ramp” van 11 september 2001, inclusief de juiste datum moest voorzeggen, zo zal ik ook een aantal van de komende rampen en andere grote dingen van God moeten voorzeggen.
Nu is het de tijd waarin ik zeer grote openbaringen van God de Almachtige moet laten uitgaan.
Om deze openbaringen te kunnen begrijpen is het uiterst noodzakelijk dat u eerst de twee bestanden “Mensenkind” en “filistijnen”, goed hebt gelezen.
We hebben het u makkelijk gemaakt door deze op onze website te plaatsen.
Op deze website vindt u ze onder: “Het raadsel van de verdwenen volkeren opgelost”.
Ik raad u aan om deze nu eerst goed tot u te nemen.
Probeer het geloof in deze feiten op te brengen, ook, of juist als u ze niet kunt of niet wilt bevatten, of u er bewust verre van wilt houden.
Bedenk dat u gelooft wat u wilt geloven!
Zo kunt u iets persé niet willen geloven! Maar ook willen geloven! Wil dit geloven! Al is het maar tijdelijk aannemen om uw kijkers, lezers, hoorders goed te kunnen voorlichten.
Mensen geloven de meest vreemde en stomme dingen, zelfs al bewijst alles dat het niet waar is.
Wat u in deze twee bestanden leest en ziet is de enige echte waarheid van God over de getoonde onderwerpen.
Probeert u bewust dit tot u te nemen en geef God tenminste de kans om u met deze waarheden te bereiken!
Als u dat niet wilt, als Hij u niet kan bereiken, ligt het nooit aan Hem. Maar als u in geloof dat Hij u wil bereiken zich voor Hem openstelt, zal Hij het u laten verstaan.
Leert u snel af om alles wat echt van God, van Jezus Christus is, van u af te schuiven.
In deze tijd, de eindtijd, openbaart de Heer de grote echte geheimenissen om alsnog zoveel mogelijk mensen te redden en vooral om ze bij Zijn bruid te krijgen om eeuwig met Hem te heersen in de allerhoogste heerlijkheid.
U kunt door deze twee bestanden nu binnen een paar uur meer (echte) kennis en waarheid opdoen, dan u ooit tot u heeft genomen.
Maar om met de zeer grote openbaringen die ik nu snel over de wereld moet laten gaan, te kunnen omgaan en uw mening er over te kunnen geven, is het beslist noodzakelijk dat u deze informatie tot u heeft genomen.
Wilt u alstublieft naar mijn raad luisteren!?
Ik bid dat de Heer u zegent, maar om die zegen ten volle te ontvangen is het nodig dat u ook in de mogelijkheid gelooft, om door de Heer gezegend te worden.
(Die enige echte waarheid geldt ook voor de andere bestanden die op de website staan).
HEILIGE VORMEN VAN LANDEN!
Wilt u alstublieft zo vriendelijk zijn om naar mijn raad te luisteren!
Ik raad u ten zeerste nogmaals aan om eerst de bestanden ”filistijnen” en “Mensenkind” goed door te nemen.
Slaat u deze alstublieft niet over.
U vindt deze onder het hoofdmenu: “Het raadsel van de verdwenen volkeren opgelost”.
Probeert u deze zeer grote werken van God te geloven.
Als u dat niet kunt of wilt geloven dan zijn deze dingen en zeker dit bestand niet voor u bedoeld.
Of beter gezegd, dan bent u er niet voor geschikt.
Als u de bestanden ”filistijnen” en “Mensenkind” echt goed, heeft doorgenomen, dan begrijpt u ongetwijfeld dat niemand deze dingen kan verzinnen.
En dat de landen die naar iemands eigen idee hiervoor in aanmerking komen, nooit die vormen zouden hebben.
En als dat allemaal wèl het geval zou zijn, ze nooit bij elkaar zouden liggen.
En dat diegene ze dan al helemaal niet passend en in de juiste verhoudingen qua grootte zou kunnen maken.
Dus niet een te klein hoofd, een te kort been of een te grote hand, maar ook nog in de juiste afmetingen en verhoudingen.
Begrijpt u ook dat ik de vormen geen geweld aandoe als ik ze iets aanpas, maar dat dit moet omdat God het precies zo heeft bedoeld.
En dat ze natuurlijk niet al precies de vorm hebben die ze voorstellen, omdat dan iedereen direct had gezien wat ze voorstellen en had kunnen zeggen: “Kijk dat is een hoofd. En dat is een been. En dat is het middenstuk. En dat is een hand”.
De ware vormen moesten verborgen blijven in de Bijbel en God heeft aan mij en alleen aan mij, bekend gemaakt wat ze voorstellen en Hij heeft mij laten weten wat ik er aan moest doen om de juiste vormen geopenbaard te krijgen.
Pas als u ziet hoe ontzagwekkend groot de openbaringen in deze bestanden zijn en er in kunt geloven, kan het zijn dat u geschikt bent om de hierna volgende openbaringen te kunnen verwerken.
Bevatten kunt u ze nooit, daar bent u zeker niet toe in staat, daar zijn ze te groot voor.
En daar zijn ze zeker ook te heilig voor.
Dit is niet een opmerking om u juist nieuwsgierig te maken.
Maar een ernstige waarschuwing om de hierna beschreven en getoonde openbaringen van God op een zeer heilige wijze te benaderen!
De mens is so wie so niet rein genoeg om deze meest intieme dingen van God in de goede proporties en bedoelingen te bevatten.
Bovendien heeft men er vooral de laatste jaren alles aan gedaan om de gedachten en woorden en daden en fantasieën en alles wat er maar mee te maken heeft, van de meeste mensen zo te degenereren, dat men gewoon niet in de heilige bedoelingen van de Heer kan komen of meegaan wat deze zaken betreft.
Wat u gaat zien en lezen heeft met de meest intieme dingen te maken die God heeft geschapen en met de vormen daarvan die Hij in de vormen van Zijn landen heeft gelegd.
Houdt u dat voor ogen als u denkt het toch wel aan te kunnen.
Maar, weest u wijs en vat u deze waarschuwing alstublieft niet licht op.
Als u de openbaringen van de bestanden “filistijnen” en “Mensenkind” niet kunt bevatten of er niet in kunt/wilt geloven, denkt u dan niet hiermee de spot te kunnen drijven of er in een menselijke denktrant mee om te kunnen gaan. Blijft u daar verre van!
In die bestanden heeft u kunnen zien dat God aan (veel) landen de vorm van een lichaamsdeel heeft gegeven. En natuurlijk geen lichaamsdeel van een dier, maar van een mens. Van de kroon op Zijn schepping.
Dan neem ik ook aan dat u daarmee akkoord kunt gaan en dat u zich ten aanzien daarvan gedraagt als een mens die bepaalde normen handhaaft.
Als u dat niet kunt, stopt u dan ook nu om verder te lezen, zoals ik u heb gevraagd, er op aangedrongen heb.
Nogmaals, dan weet u dat God aan (veel) landen de vorm van een lichaamsdeel heeft gegeven.
Zou Hij dan aan Zijn Eigen land, het land dat Hij aan het door Hem uitverkoren volk heeft gegeven, het land Israël, géén speciale vorm hebben gegeven?
En zal dat dan géén vorm van een lichaamsdeel zijn?
Hieronder ziet u weer een afbeelding, een echte kaart van Israël.
Als u wilt weten welk lichaamsdeel God hiermee bedoelt, dan moet u ook hier, vooral bovenaan, de vormen afronden.
U ziet op deze kaart ook de natuurlijke grens die God in het landschap heeft gemaakt, van het gedeelte van de Golan hoogvlakte wat van Israël is en dat het nu in bezit heeft.
Ik heb deze aangegeven met ● ● ● ●
Verderop zult u begrijpen dat ik de vorm van Israël daar ter plaatse niet eens echt hoef aan te passen of af te ronden.
Hieronder ziet u dezelfde kaart, echter zonder de (rode) lijnen van de grenzen die geen grenzen zijn.
Samaria en Judea zijn Israël, en geen arabisch gebied.
Evenzo de Gaza strook, de Sinai, de Golan Hoogvlakte zijn van Israël en zijn geen arabisch gebied.
Ook de grens die aangegeven staat tussen Israël en Libanon is niet geheel juist.
Tevens heb ik de rode lijnen tussen Syrië en Israël weggelaten.
Zo ook tussen Jordanië en Israël.
Ook op deze kaart ziet u weer de natuurlijke grens die God in het landschap heeft gemaakt, van de Golan hoogvlakte.
Ook deze heb ik aangegeven met ● ● ● ●
De Heer heeft mij getoond welk lichaamsdeel Israël is (voorstelt) en hoe ik dat moet zien.
Dat lichaamsdeel heb ik op een sheet getekend.
Deze sheet heb ik op de kaart gelegd die u hierboven ziet.
Op de kaart hieronder ziet u zo dadelijk het resultaat.
Maar voor u dit gaat bekijken waarschuw ik u eerst nogmaals, dat u hier uiterst heilig en voorzichtig mee moet omgaan!
Past u er voor op om er lacherig over te doen.
Komt u ook niet met zogenaamde heiligheid aandragen, een valse vroomheid, die de waarheid van God en Zijn grote openbaringen en Zijn Koninkrijk alleen maar schaadt.
Begaat u niet de fout om dit verkeerd uit te leggen of de profeet van God trachten te schaden met uw bedoelingen.
Dit is door de Allerhoogste, de Enige God bedoeld om u alsnog de kans te geven Hem (beter) te leren kennen, voordat u een definitieve keuze maakt over, waar u in de eeuwigheid wilt zijn.
Denkt u niet dat u al echt voor Hem hebt gekozen, u zult dat alsnog moeten doen.
Daarvoor zult u zich moeten afscheiden van al de andere tegenstanders van God en afstand van hen moeten nemen.
Daarvoor zult u zich moeten afscheiden van al de andere tegenstanders van God en afstand van hen moeten nemen.
Op de tekening hierboven heb ik, op de top, de plaats aangegeven waar de uitlaat van het lichaamsdeel is.
Dat is precies waar de rivier de Jordaan het land binnenkomt.
Hieronder plaats ik een aantal foto’s genomen vanuit de ruimte, die het voor u, hopelijk, nog duidelijker maken.
Misschien er een helderder zicht op geven, maar ik hoop in ieder geval meer geloof geven over deze ontzagwekkend grote en vooral Heilige dingen van God.
Om te beginnen een foto van het bovengedeelte van Israël.
Ook hier ziet u duidelijk dat God de verdikking van het bovenste deel ter plaatse in het landschap heeft gemaakt (de Golan hoogvlakte).
U begrijpt vast ook de speciale vorm van de Golan en de zeer grote gevoeligheid die dit deel van Israel heeft.
En ongetwijfeld begrijpt u ook, hoe gevoelig dit voor Israël ligt en dat het ook daarvan nooit iets weg mag geven!
Dan een foto van de Sinai, zoals dit (onder) gedeelte van Israël ook werkelijk aan het bovengedeelte vastzit. En ook dit in de juiste verhoudingen.
Ongetwijfeld ziet u ook vanuit dit gezichtspunt hoe deze 2 gedeelten (onder - en bovengedeelte) bij elkaar horen en één lichaamsdeel zijn.
Natuurlijk verstaat u ook de vorm van de Sinai.
In die zak heeft God vanzelfsprekend ook een verdikking gedaan (de hoogste plaats).
En wel waar het bij de man ook zit, onderaan.
Ook die verdikking, (hoogste plaats) is er in de vorm van bergen.
U ziet dat God Israël geheel los heeft gemaakt van Egypte, door water.
Ten Westen van de Sinai ziet u water.
Bovenaan, in het Noordwesten, in de vorm van een rivier.
Daaronder in de vorm van een smalle zee, die uitmondt in de Rode zee.
Die smalle zee is de zee waardoor het volk van Israël trok, toen het door God, in het jaar 2556,75 (7 x 365,25) = (7 x het aantal dagen per jaar), uit het land Egypte werd bevrijd.
Toen God Zijn volk Israël uit Egypte verloste, liet Hij Zijn volk het zuidelijke gedeelte van Zijn land intrekken (het gedeelte dat Sinai heet).
Om daarin te kunnen, te mogen, moesten ze zich (laten) besnijden.
Tevens moesten ze het Pascha vieren.
Het volk Israël was voor God een zeer apart volk, een uitverkoren volk.
Bovendien werd het door Hem geheiligd.
Er mocht dan ook niemand anders in het zuidelijke gedeelte van Gods land komen (Sinai).
In de zak mocht niemand anders komen en zeker geen onheilige.
Van de onheilige Arabieren, de Egyptenaren, mocht er niemand in dat land, zelfs niet één.
Er kwam er ook niet één in.
Er staat in Exodus 14:28: “Er bleef van hen (van de Egyptenaren die hen achtervolgden) niet één over.”
Toen ze in het "onderste" gedeelte van Gods land waren, moesten ze naar het zuiden, naar daar waar de hoogste plaats, de hoogste verdikking, was.
En Mozes moest daar de Heer ontmoeten en Deze gaf hem daar de wetten en andere verordeningen, en afbeeldingen van de heilige dingen.
U begrijpt dat die hoogste berg, de plaats waar Mozes God ontmoette, de plaats was waar het heilige zaad gemaakt werd, het zaad geheiligd werd.
Daar moesten ze de wetten en andere bepalingen ontvangen.
Het moest een zuiver zaad, een zuiver volk zijn dat de Here God in het bovenste gedeelte van Zijn land Israël ging brengen.
Daarom ook moest de nieuwe generatie, toen ze 40 jaar later, in het jaar 2596, echt het bovenste gedeelte van Gods beloofde land binnentrokken, zich opnieuw laten besnijden.
Hieronder ziet u weer een andere foto vanuit de ruimte genomen, van het bovenste deel van Israël
Ook hierop kunt u weer duidelijk de verdikking ter plaatse van het gevoeligste plekje (de Golan hoogvlakte) zien.
Precies zoals ik u zojuist de enig juiste vorm van Israël aan u heb getoond (geopenbaard), had God het (door Hem aan Abraham Beloofde Land) in het jaar 2026 (vanaf de schepping van de mens) aan Abraham gegeven.
In 1917 van onze jaartelling (5921 vanaf de schepping van de mens), had God het land teruggegeven aan het Joodse volk, Zijn beheerders van Israël.
Hij gebruikte daar Balfour voor (de Balfour declaratie).
In het 50e jaar erna (6 + het sabbatjaar = 7, dat 7 maal = 49, dan komt het jubeljaar).
Dus in 1967 van onze jaartelling, gaf de Almachtige een zeer grote reden om te jubelen.
Hij liet Zijn volk die Zijn land voor Hem beheerden, de Joden, een enorme overwinning behalen op een aantal van Zijn (en Israëls) grootste vijanden.
Deze landen hadden onverhoeds Zijn land aangevallen.
Maar de Heer versloeg al Zijn vijanden in een Goddelijk gevoerde oorlog (6 dagen) de 7e dag konden de Joden al jubelen want toen had God Zijn vijanden niet alleen verslagen, maar had Hij gelijk al Zijn eigendommen teruggenomen en gaf deze terug aan Zijn stam Juda, de rechtmatige beheerders van Zijn land.
Exact in de vorm en de grootte zoals Abraham het eertijds van Hem had gehad.
Dus inclusief Gaza, Samaria, Judea, de Golan hoogvlakte en het ondergedeelte van Israël, dat Sinai heet.
En vanzelfsprekend ook Zijn heilige stad Jeruzalem.
En vanzelfsprekend ook Zijn heilige berg.
U ziet en weet dat niets van dat alles af mag en er niets van kan gemist worden.
U begrijpt dat van dat alles geen millimeter mag (had mogen) worden weggegeven.
Allen die zullen proberen hier ook maar iets van aan God te ontnemen, zullen niet alleen nú enorme klappen gaan krijgen, maar daarvoor bovendien eeuwig boeten.
Verder ziet u op de foto’s over de hele lengte van Israël een bergrug, een verdikking.
U zult begrijpen, dat de rivier de Jordaan staat voor de urinebuis.
Het mag dus duidelijk zijn dat de rivier de Jordaan niet de Oostgrens van het land is.
De urinebuis ligt niet op de buitenzijde van het lichaamsdeel, maar binnen de huid.
Oftewel, over de urinebuis heeft de Heer nog een huid geschapen.
Het is dus vanzelfsprekend dat ten oosten van de Jordaan nog een (smalle) strook is die van Israël is, en deze loopt uiteraard tot de golf van Eilat toe.
Daar vindt u dan ook een hele vallei, tot aan het uiterste puntje, de Golan hoogvlakte toe.
Over dit alles is nog zeer veel te openbaren, maar u kunt nu ongetwijfeld ook zelf, vooral als u de Bijbel erbij neemt, en als u dit met heiligheid en in de gepaste vreze voor God onderzoekt, achter een aantal geheimenissen komen.
Er zijn nog vele zeer grote openbaringen die hier mee te maken hebben, en er op aansluiten.
Al deze zijn door God de Heilige Geest alleen aan mij geopenbaard.
Zij die hier misbruik van maken zullen speciaal hiervoor door God ter verantwoording worden geroepen.
Past u hiervoor bovenmate op.
Met het openbaren van de overige geheimenissen die hiermee in verband staan, wacht ik eerst uw reacties af.
Vooral van belang is daarbij hoe u hiermee omgaat en ook vooral hoeveel mensen deze openbaringen ertoe brengen om bij de bruid van Jezus Christus te komen.
Begrijpt en beseft u toch dat God, in hoofdzaak daarom alles heeft geschapen, om Zich een vrouw te verwerven.
Om met haar eeuwig te gaan heersen op een nieuwe, veel betere aarde en in een nieuwe, veel betere hemel.
Dus, met u!
Als u tenminste bij Zijn bruid wilt zijn.
Luistert u daarom in geen geval naar wat de zogenaamde ‘christenen’ er van hebben gemaakt.
Ze dwalen expres af omdat ze, in hun hoogmoed, niet willen buigen voor de Heer en niet willen toegeven dat ze niet goed bezig zijn.
Als u dat toch wilt doen, zult u daarmee uw eigen vonnis vellen en valt ook u daarmee onder de toorn van God.
Ze willen ook niet naar de profeet van God luisteren en willen expres Gods evangelie tot eeuwige heerlijkheid verkeerd blijven verkondigen.
Ik bid voor u allen dat u deze openbaringen naar waarde zult schatten.
Dat u ze heilig zult behandelen.
Dat u niet toe zult staan om, in uw bijzijn, onheilig over deze allerheiligste dingen te spreken.
Ik wens u Gods rijke zegen en ben er van overtuigd dat Hij die u ook zal geven als u op de juiste wijze hier mee zult omgaan en voor Hem durft te kiezen.
In het nu volgende gedeelte zal ik u onder andere een aantal geheimenissen bekendmaken en verklaren aangaande de jaarindeling en jaartelling die het Joodse volk hanteert, zonder dat ze weten waarom.
Maar deze zijn door de Almachtige zo ingesteld.
Volgens ‘hun’ jaartelling zijn zij nu in het jaar 5770.
Ter vergelijking, wij zijn nu in het jaar 6013 vanaf de schepping, 4004 + 2009.
Op een avond was de Heer zeer nadrukkelijk bij me en Hij bepaalde mij erbij dat door heel de Bijbel gesproken wordt over:
God de Vader!
God de Zoon!
En God de Heilige Geest!
God de Vader is volkomen God en volmaakt!
Maar ook God de Zoon is volkomen God en volmaakt!
En ook God de Heilige Geest is volkomen God en volmaakt!
Toch is er maar één God!
God is één!
Ze worden dan ook dikwijls genoemd: “De Goddelijke drieëenheid, of de drieënig God.”
Maar God spreekt daar Zelf niet over in Zijn woord, de Bijbel.
Toen de Heer me zo daarbij bepaalde, ging Hij op een zeer bijzondere wijze spreken.
De Here vroeg: “Weet je waarom Ik niet spreek over een drieënig God of een Goddelijke drieëenheid?”
“Nee Here, dat weet ik niet”, antwoordde ik.
Even was er een stilte en de liefde van God omhulde me totaal.
Toen sprak de Heer: “Omdat Mijn hart niet uitgaat naar een drieënig God, een Goddelijke drieëenheid, maar omdat Mijn hart uitgaat en Ik intens verlang naar een viérenig God, een Goddelijke viéreenheid, met Mijn bruid erbij.”
Verbijsterd hapte ik naar adem.
De Heer verlangt intens naar een viérenig God, met ons erbij!
Het hart van de Allerhoogste gaat uit naar een Goddelijke viereenheid, met ons, Zijn bruid.
Ik wist dat ik in gesprek was met Mijn Heer en dat Hij mij dit Zelf had gezegd, maar toen ging ik tegensputteren: “Heer ik durf dit niet aan te nemen.
Here heb ik dit niet verkeerd verstaan of begrepen?”
Maar de Heer sprak: “Begrijp je dat Ik dit bedoelde, toen Ik je dat beeld liet zien van de 36 en de 12. Die Ik toen in elkaar liet vloeien tot 48.”
Ik zag dat gezicht weer.
Links de 36. 12 voor de Vader, 12 voor de Zoon en 12 voor de Heilige Geest (36).
En rechts de 12 voor Zijn bruid die Hij in deze jaren tot volheid aan het brengen is.
36
12
Dat gezicht
waar de Here de
36
en de
12
dichter en
dichter tot elkaar
liet komen.
Ik zag weer dat de Here de
36
en
12
toen in elkaar liet vloeien
tot
48
Ik had toen bedacht dat het toch veel te hoog was om te aanvaarden, wij samengevloeid met God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.
En ik had toen de getallen weer gescheiden,
36
12
De Here had ze toen
Weer in elkaar laten vloeien
48
En weer had ik ze
gescheiden
36
12
Voor de derde
maal had de Heer ze in elkaar laten vloeien en toen was het getal gegroeid en gegroeid totdat het gehele gezicht gevuld werd met
48
De Here had toen gesproken: “Heb Ik u niet gezegd dat u met Mij als koningen zult heersen?”
Ik was toen geheel ontdaan geweest door de grootsheid van het gezicht en wat de Heer me had gezegd.
Wel had ik toen begrepen dat de Heer ons heel dicht bij Zich gaat nemen en heel intens met ons gaat leven.
Maar ik had toen niet vermoed wat de Here me zojuist zei.
Dat Hij er intens naar verlangt om, met Zijn bruid erbij, een vierenig God te zijn, een Goddelijke viereenheid te vormen.
In het boek ‘Gods tijden geopenbaard. Op Gods tijd.’ kunt u veel te weten komen over 487.
De perioden van 487 jaar en andere belangrijke zaken die met dat getal verband houden.
Nu wil ik u door dit schrijven nog meer belangrijke dingen laten weten die de Allerhoogste mij heeft laten zien en verteld over 487.
Enige zaken die daar ten nauwste verband mee houden zijn de volgende.
De Heer had mij in 1989 laten weten dat en waarom Hij het aantal dagen per jaar, de draaiing van de aarde om haar as, had veranderd van 360 naar 365,25.
De Heer had mij tevens laten zien dat de periode van 480 jaar en aansluitend de periode van 487 jaar, daar zeer veel mee te maken hebben.
God wist dat Hij de zondvloed over de aarde zou laten komen om de mensen die zich zo hadden misgaan, uit te roeien.
God wist ook dat Hij tòch door zou gaan met de mens.
Hij liet daarvoor Noach verwekken in het jaar 1056.
Exact 480 jaar later, in het jaar 1536, haalde de HERE Zijn Geest uit de mens.
Zonder Zijn Geest had de mens geen enkele kans op eeuwig leven en om tot heerlijkheid te komen.
Maar met die 480 gaf de HERE gelijk aan dat Hij uiteindelijk de mens accepteren zal als degene(n) die Hij later als bruid, als vrouw zal nemen.
De 360 dagen per jaar, 12 maanden van 30 dagen, gaven aan: de Vader 12 (120), de Zoon 12 (120) en de Heilige Geest 12 (120).
Tijdens de zondvloed veranderde God de draaiing van de aarde en de omloop van de aarde om de zon zo, dat er voortaan 365,25 dagen per jaar zouden zijn.
Hetgeen de HERE mij de afgelopen tijd duidelijk(er) liet verstaan is het volgende.
Al door de periode van 480 jaar, van toen Hij Noach in 1056 liet verwekken, tot Hij Zijn Geest in 1536 uit de mens haalde, liet God weten dat Hij later met de mens, als Zijn vrouw, de 4e maal 120, verder zou gaan.
Maar de mens zonder de Heilige Geest kan daar onmogelijk geschikt voor zijn, of worden.
Vandaar dat God direct daarop aansluitend de periode van 487 jaar liet volgen. (Houdt u rekening met 1 jaar zondvloed).
Toen die periode van 487 jaar voorbij was, in het jaar 2024, toen riep Hij Abram.
De mens Abram waarmee God een verbond sloot, een verbond dat God later bekrachtigde door te zweren.
Die 7 extra, die bij die 480 komen, staan voor de volheid van de Heilige Geest. Wel voor de volheid van de Heilige Geest, in de mens die Zijn tempel is, de mens waar Hij volkomen in kan wonen.
Die 7 staan wel voor de mens die gevuld is met de Heilige Geest en zich geheel door Hem laat leiden.
De mens die volmaakt is zonder vlek of rimpel, geheiligd en goed genoeg voor God (om de bruid van de Koning der koningen te zijn).
Vanaf dat God zijn beloften aan Abram, Zijn verbond met Abraham, heeft bekrachtigd door te zweren, dat zweren deed de Heer in het jaar 2056, gaat God gelijk 500 jaar tellen. De 10 perioden van 50 jaar (10 jubeljaren) waarna Hij Zijn volk veel grote redenen geeft om te gaan jubelen.
Het jaar 2556, God verlost hen uit de slavernij van Egypte!
Dan, als Hij hen heeft verlost, uitgeleid uit Egypte, gaat Hij weer die 487 jaar tellen. 480 jaar nadat Hij hen heeft verlost, laat de HERE de tempel bouwen door Salomo (dit leest u, met het getal erbij in 1 Koningen 6:1).
7 jaren later was de tempel in al zijn onderdelen en geheel volgens bestek voltooid (dit leest u, met het getal erbij in 1 Koningen 6:37,38).
Toen vervulde de Heilige Geest de tempel.
Dat wil de Here ook met de mens die Zijn bruid wordt, een tempel die vol is van Zijn Geest.
De Here had mij laten zien hoe Hij de 36 (12 van de Vader, 12 van de Zoon en 12 van de Heilige Geest), liet samenvloeien met de 12 van de bruid, tot 48.
Die 480 staan voor hetzelfde, tevens is 48 met 7 erachter ook 487.
Die 487 staan voor de 7 die extra nodig zijn om Zijn bruid tot grote heerlijkheid te brengen.
Het was oorspronkelijk 360, 120 van de Vader, 120 van de Zoon en 120 van de Heilige Geest.
God gaat het tot 480 maken, 4 x 120, met de bruid van Jezus Christus erbij!
Maar daarvoor heeft de 360 geen 7 extra nodig.
God de Vader heeft niets extra’s nodig!
Die 12 heeft (0)
extra nodig.
12(0).
God de Zoon heeft niets extra’s nodig!
Die 12 heeft (0)
extra nodig.
12(0).
De Heilige Geest heeft niets extra’s nodig!
Die 12 heeft (0)
extra nodig.
12(0).
Zij zijn volmaakt!
De bruid heeft extra nodig!
De bruid moet ook 12 worden,
zij heeft 7 extra nodig
12(7).
48(7).
Zij heeft de volheid van de Heilige Geest nodig om tot die grote heerlijkheid te komen die nodig is om geschikt te zijn als bruid voor de Koning der koningen.
Als bruid voor God.
Pas als de Heilige Geest het geheel voor het zeggen heeft in de bruid, kan Jezus haar volkomen accepteren als Zijn bruid.
Dan pas kan God haar accepteren als de bruid voor Zijn Zoon.
De bruid heeft die 7 als extra nodig!
Daarom moeten de 120 (die God gaat toevoegen aan de 360) 127 worden.
De 127 die God toevoegt aan de 360 staan dus voor de bruid die volmaakt is, die geaccepteerd gaat worden door God.
Dat betekent die 487!
Dat is het grote verlangen van de Here, daarom is Hij vanaf het moment dat hij Zijn Geest uit de mens heeft gehaald, in 1536, daarmee gaan werken.
Die 360 en 365,25 betekenen nog veel meer.
Eertijds was die
360
exact
3/4
van de
480,
3 van de 4 van de 480.
4/3 x 360.
3 + 1
van de
360.
En dus is 480,
4/3 x 360.
3 + 1
van de
360.
Zo ook nu is die
365,25
exact
3/4
van de
487,
3 van de 4 van de 487.
En dus is 487,
4/3 x 365,25.
3 + 1
van de
365,25.
God heeft tijdens de zondvloed de 360 (3 x 120) dagen per jaar die het waren, veranderd in 365,25.
Mijn vraag aan de Heer was: “Maar U, lieve Vader, lieve Heer Jezus, lieve Heilige Geest hoeven toch niets toegevoegd te hebben, dus die 360, die 3 x 120 hoefden toch niet veranderd te worden?”
En de Heer antwoordde: “Nee, maar u Mijn bruid behoeft de volheid van de Heilige Geest. Omdat Ik u zo liefheb, heb Ik de 7 die ú extra nodig hebt, in 4 gelijke delen verdeeld. De 3 delen van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest, 3 x 1,75 = 5,25, heb Ik aan het jaar toegevoegd. Zo wil Ik aan u Mijn bruid, ook op deze manier Mijn liefde voor u kenbaar maken! Met de 365,25 wil Ik laten weten dat Ik alles heb ingesteld voor u. Dat had Ik nog wel op andere manieren kunnen laten weten, maar Ik heb de 7 die u nodig heeft om u tot de 127 te laten worden, in 4 gelijke delen verdeeld omdat Ik u wil laten weten, dat Ik in alles één met u wil zijn en Ik in alles met u rekening houd en in alles geheel en al met u meeleef. Tevens is dat voor u een bevestiging, zelfs een bewijs. U wéét namelijk óók hierdoor dat wat Ik u heb geopenbaard en verkondigd wáár is en onweerlegbaar vaststaat. 365,25 is 3/4 van 487 en 5,25 is 3/4 van 7. U mag daar dus uit wéten, dat uw deel gelijk zal zijn aan Ons deel, dat van de Vader en dat van de Zoon en dat van de Heilige Geest.”
Het zal waarschijnlijk zeer moeilijk voor u zijn om dit alleen door deze uiteenzetting tot u te nemen.
Daarom zal ik dit in nog een andere vorm herhalen.
Daarom zal ik dit in nog een andere vorm herhalen.
Eertijds, vóór de zondvloed had God het zo ingesteld dat er 360 dagen in een jaar waren.
Deze 360 gaven precies weer de 3 x 120, van God de Vader, van God de Zoon en van God de Heilige Geest.
3/4 van de 480, 3 van de 4 waaruit God de vieréénheid wil laten ontstaan.
480 was dus een weergave van de 4, dus met de bruid erbij.
God wilde, nadat Hij alle mensen van de aarde had uitgeroeid, doorgaan met Noach.
Deze liet Hij daarom in 1056 verwekken.
Want precies 480 jaar later in 1536, haalde God Zijn Geest uit de mens.
120 jaar later liet God de zondvloed over de aarde komen en Hij roeide alle mensen van de aardbodem uit (Genesis 6:7).
Allen, behalve die ene die rechtvaardig en onberispelijk was. (Genesis 6:9: Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God.)
Met hem ging God verder.
Met hem ging God dóór.
Maar dan zullen diégenen, waarmee Hij tot Zijn doel van de Goddelijke viereenheid wil komen, die óók 120 moeten worden, wèl de extra 7 van de volheid van de Heilige Geest nodig hebben.
God ging dóór met de mens Noach, maar opnieuw beginnen deed Hij met Abram.
Dat van de extra 7 bewijst God door Abram te roepen precies 487 jaar nadat Hij Zijn Geest uit de mens had gehaald.
De mens die de bruid van de Here moet worden, heeft de extra 7 nodig.
God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest hebben niets extra nodig!
Zij zijn volkomen en volmaakt!
Dus de 360 dagen per jaar die weergaven de 120 en 120 en 120 hoefden daarom niet veranderd te worden, niets toegevoegd te krijgen.
Toch heeft God dat gedaan.
De 7 die Zijn bruid nodig heeft, heeft Hij in 4 gelijke delen verdeeld en 3 delen daarvan aan de 360 dagen van de 3 (De Vader, De Zoon en De Heilige Geest) toegevoegd. De 7 gedeeld door 4 = 1,75.
3 x 1,75 = 5,25.
Die heeft de HERE tijdens de zondvloed aan de 360 dagen toegevoegd en dus vanaf toen ging Hij het aantal dagen per jaar 365,25 laten zijn.
Dat was niet nodig want God hoeft niet te veranderen!
Maar Hij laat daarmee aan Zijn bruid weten, hoe ontzagwekkend Hij haar liefheeft, hoe Hij naar haar verlangt.
En dat Hij vanaf toen, en nu Hij het ons laat weten helemaal, in alles bij haar wil zijn.
De Heilige Geest gaat heel speciaal voor de bruid van de Zoon zorgen.
Ik vroeg de Heer om een bevestiging van die 127 vanuit Zijn woord.
En God bepaalde mij weer bij Esther (zie boek Esther).
Esther staat voor de bruid van koning Ahasveros, die bij hem pleit voor het Joodse volk.
Maar er bestond één wet: een ieder die ongeroepen in het heilige der heiligen, de binnenste voorhof kwam, zou men doden.
Esther roept op tot gebed en vasten.
Nadat ze dat 3 dagen hebben gedaan waagt ze het, ze zal waarschijnlijk wel worden gedood, maar ze zegt: “Kom ik om, dan kom ik om.” (Esther 4:16)
Haar man, de koning, schenkt haar genade en reikt haar de gouden scepter toe. (Esther 5:2)
Het was wel een wet van Perzië en Medië, waarin stond dat iedereen die ongeroepen in de binnenste voorhof kwam, gedood zou worden, maar Ahasveros stond Esther en Mordechai toe te laten gebeuren wat ze goed dachten voor het Joodse volk.
Ahasveros is de Koning Die Esther tot bruid neemt.
Esther staat voor dè bruid.
De bruid van de Koning der koningen, Jezus Christus.
Ahasveros staat daar dan ook voor Jezus Christus.
Nu lezen we hoofdstuk 1 vers 1 van het boek Esther. “Ahasveros - hij is de Ahasveros die over de 127 (gewesten) regeerde!” Ahasveros verzamelde maagden uit al de 127 (gewesten) van zijn koninkrijk” (Esther 2:3).
En daaruit koos hij zich zijn bruid!
Het is de Here Jezus Christus Die over Zijn koninkrijk uit alle ‘gewesten’ regeert.
En daaruit kiest Hij Zich Zijn bruid, die de volle 127 moet zijn.
Abraham. Het grote voorbeeld van geloof.
De man die door zijn geloofsdaad, dat hij zijn zoon wilde slachten voor God, voor ons bewerkte dat de HERE zwoer, dat met Abrahams nageslacht alle volken der aarde gezegend zullen worden. (Genesis 22:16-18)
Sara is de vrouw van Abraham.
Op sommige plaatsen in Gods woord is Abraham een beeld van de Here.
En soms is Sara een beeld van de bruid.
Als de bruid van onze Heer volmaakt is, zal de Heer allen die tot de bruid behoren, een verheerlijkt eeuwigheids lichaam geven en hen wegnemen, Hem tegemoet in de lucht.
Dat zal zijn als ze volledig gereinigd en geheiligd, en tevens voltallig is.
Als ze volkomen 127 is.
Vanaf dat moment zal de bruid er volkomen bij horen.
Dan zal de Almachtige de 36 en de 12 samen laten vloeien tot 48.
In Genesis 24 staat beschreven dat Abraham zijn oudste knecht uitzendt om een bruid te zoeken voor zijn zoon. (vers 2-4)
De gelijkenis van de bruid van Christus, met Rebbeca die de vrouw wordt van Isaäk.
We lezen het laatste vers van Genesis 24, vers 67a+b: “Toen bracht Isaäk haar in de tent van zijn moeder Sara en hij nam Rebecca en zij werd hem tot vrouw.”
Want de Heilige Geest is aan de bruid gegeven als onderpand, totdat ze haar bruidegom zal zien van aangezicht tot aangezicht.
Als de bruid echt, volkomen 127 is, dan zal de 127 ophouden te bestaan.
Dan zal ze door de Here Jezus volledig worden geaccepteerd als 12, als Zijn vrouw.
In Genesis 23:2 staat : “En Sara stierf.”
Sara staat daar voor de bruid.
“En Sara leefde 127 jaar. Dit waren de jaren van Sara’s leven. En Sara stierf.” (vers 1-2)
Genesis 24:67a:
“Toen bracht Isaäk haar in de tent van zijn moeder Sara.”
Die was 127 geworden.
Genesis 24:67b:
”En hij nam Rebecca.”
En hij accepteerde haar als zijn volmaakte bruid.
“En zij werd hem tot vrouw en hij kreeg haar lief.”
Genesis 24:67c:
“Zo vond Isaäk troost na de dood van zijn moeder.”
De 127 was gestorven.
Sara de moeder van Isaäk was daar het voorbeeld van.
Maar in de plaats van die 127 kreeg hij een volmaakte bruid!
Daarin vond hij troost.
2 Corintiërs 5:1:
“Want wij weten dat, indien de aardse tent waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben in de hemelen.”
In haar aardse tent was de bruid tot 127 gegroeid.
Maar die aardse tent wordt afgebroken!
We gaan het huis van God vol maken!
Dat gebouw in de hemelen.
Als de 127 heeft opgehouden te bestaan, dan is de Bruid volledig geaccepteerd door God de Zoon.
Maar niet alleen door God de Zoon, 12, maar ook door God de Vader, 12, en door God de Heilige Geest, 12.
Dan is de bruid volledig geaccepteerd als ook 12, samen met de Vader, de Zoon en de Heilige Geest vormt ze dan de 48!
“En Sara leefde 127 jaar! Dit waren de jaren van Sara’s leven.”
Sara stierf toen ze 127 was!
De Heilige Geest is ons gegeven als Onderpand.
2 Corintiërs 5:1-5: “Want wij weten, dat indien de aardse tent waarin wij wonen (ons lichaam) wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, in de hemelen . . . wij haken er naar met onze woonstede uit de hemelen overkleed te worden . . . Want wij die nu nog in een tent wonen, zuchten bezwaard omdat wij . . . overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden. God is het Die ons juist daartoe bereid heeft en Die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft”.
Efeziërs 1:13,14: “In Hem zijt gij . . . ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, Die een onderpand is van onze erfenis.”
“Want wij die nu nog in een tent wonen, zuchten bezwaard omdat
wij . . . . overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven worde verslonden.”
De Heilige Geest is ons gegeven als Trooster, als Onderpand.
Om ons te troosten totdat we bij onze Heer zullen zijn.
Dan wordt het ‘Onderpand’ geruild voor onze Heer.
Voor onze Bruidegom!
Vanaf dan zal de extra 7 voor de bruid niet meer nodig zijn.
Zij die in Christus zijn, zullen dan tezamen de complete 12 vormen, de bruid.
Voor u die niet alleen op tijd geschikt wil zijn om dat te bereiken, maar daarin ook wil helpen en dienstbaar wil zijn, geldt: U moet heel vlug klaar zijn om het ook aan anderen te laten weten en hen dat te helpen bereiken.
Daarvoor krijgt u dan een heel intense korte periode van veel informatie, openbaringen, heiliging, toerusting, nederig worden en nog meer.
Zoals u uit de Bijbel kunt weten, zullen weinigen dat voor de Heer over hebben.
Toch wil ik u hierbij daartoe oproepen: “Gebruikt u die zeer korte tijd die nog rest optimaal!”
Voor iedereen geldt: Als u eeuwig zo intens bij God wilt horen, hebt u nog een zeer korte tijd om daarvoor geschikt te worden. Daartoe roep ik u allen op.
Het volk Israël werd door de Here verlost uit de slavernij in het jaar
2556
Als hun woestijnperiode voor altijd zou zijn geweest, zouden ze
weinig aan hun verlossing uit Egypte hebben gehad.
Pas toen ze het beloofde land introkken, kwamen ze tot het doel
waarvoor de Here hen had verlost.
Dat was 40 jaar na hun verlossing, dus in het jaar (2556 + 40 =)
2596
De Here heeft ons verlost uit de slavernij.
Als wij na onze verlossing een eeuwige woestijnperiode zouden hebben hier op aarde, zouden we er weinig aan hebben.
Pas als we onze bestemming bereiken die de Here ons heeft beloofd, als we naar Hem gaan. Als we ons verblijf in het lichaam verlaten en bij de Here onze intrek nemen (2 Corintiërs 5:8), dan zal de Heer Zijn doel met ons hebben bereikt.
Met Zijn bruid als de volle 127, het 4e deel die de 487 vol maakt.
Dat zal zijn bij de opname.
Toen God de mensen van de aardbodem geheel uitroeide, ging Hij door met één man, Noach.
Alleen van Hem zegt God: “Maar Noach vond genade in de ogen des HEREN. Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man.” (Genesis 6:8-9)
Dit zei de HERE niet van zijn vrouw, van zijn kinderen of van zijn schoonkinderen.
Toch spaarde de HERE ook hèn.
Vanzelfsprekend omdat Hij niet opnieuw begon en na de zondvloed niet opnieuw mensen schiep, maar dóórging met de mens.
Noach moest dus nageslacht hebben!
De HERE haalde zijn Geest uit de mens.
En daarna roeide de HERE alle mensen uit,
120
jaar later.
Maar Hij spaarde toen één rechtvaardige, met
7
om toch tot Zijn
doel te komen.
De rechtvaardigen van nu, moeten nu
127
worden
(Openbaring 22:11: Wie onrecht doet, hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd).
De HERE verwerft Zich een bruid uit de mensen.
Daarvoor moet aan hen die rechtvaardigen worden,
120
,
7
van de
Heilige Geest worden toegevoegd,
127
.
Totdat ze door de Here worden opgehaald.
Dan zullen ze de 7, de Heilige Geest inruilen voor De Echte, hun man Jezus Christus en zullen ze hun Hemelse Bruidegom zien van aangezicht tot aangezicht.
Daarvoor wil de Heilige Geest, hen die bij de bruid van de Allerhoogste Here willen zijn, opleiden!
De bruid die volkomen 127 is, gaat naar haar Heer en wordt, nadat Jezus haar heeft aangenomen als een volwaardige bruid, ook 12.
Bijna goddelijk!
Ze wordt dan Eén van de Goddelijke Viereenheid!
Samen: God de Vader, God de Heilige Geest, God de Bruidegom, en Zijn bruid!
Lieve Goddelijke Bruidegom hoe zullen we U daar ooit genoeg voor kunnen danken?
De Here zij geloofd en geprezen!
Glorie voor Zijn heilige Naam!
We moeten ons de zondvloed niet voorstellen als een zeer zware regenbui.
Als wij praten over zeer zware regenval zoals die zich in onze tijd kunnen voordoen dan hebben we het over bijvoorbeeld 130 millimeter regen op een dag.
Als zo'n bui een poosje aanhoudt heeft dat al grote overstromingen tot gevolg.
Als we het over de neerslag bij de zondvloed hebben, dan praten we niet over millimeters regen per dag, maar over vele tientallen meters regen per dag.
Het water kwam tot boven de hoogste bergen en de berg Ararat, waarop de ark bleef vastzitten bij het afnemen van het water, is bijna 5200 meter hoog.
In 40 dagen viel er dus gemiddeld minstens 130 meter water per dag, 130.000 mm per dag. Dat is meer dan 1.000 x zoveel als bij huidige zeer zware regenval.
Het water wat uit de hemel viel was als een enorme waterval, overal tegelijk op de hele wereld.
In één klap werd alles wat op de aarde en in de lucht leefde door de neerstortende watermassa vernietigd (in 2 Petrus 3:6 staat: verzwolgen).
De Here der heren zegt het zo: “Op die dag braken alle kolken der grote waterdiepte open en werden de sluizen des hemels geopend.” (Gen. 7:11b)
In één klap werd alles wat op aarde en in de lucht leefde gedood, verzwolgen!
De mens kon zich niet tijdelijk redden door omhoog te klimmen in een boom of op een berg.
Alles wat op aarde en in de lucht leefde verdronk direct.
De waterstand tijdens de zondvloed had nog andere dingen tot gevolg.
Veel van de grondstoffen die wij nu uit de bodem halen zijn tot stand gekomen onder zeer grote druk.
Van vele van deze stoffen zeggen de ‘geleerden’ dat zij enkel kunnen zijn ontstaan in de loop van, soms wel, miljoenen jaren.
Bij de onvoorstelbare druk van 5200 meter water die tijdens de zondvloed op de aarde stond zijn een aantal van deze grondstoffen razendsnel ontstaan. (Ook tijdens het verdelen van de aarde, van 1757 -1996 gerekend vanaf de schepping van Adam, zijn veel van die grondstoffen ontstaan).
Ik zal proberen u een beetje te schetsen hoe de situatie op de aarde was in de voortijd, de tijd voor de Zondvloed.
De tijd voordat God het water liet terugvallen wat Hij tijdens de eerste dagen van de schepping van de aarde had laten verdampen en wat zich sinds die tijd om de aarde had bevonden.
Dat water bevond zich niet als een kring om de aarde, maar als een bol, een koepel!
Weliswaar op ruime afstand, maar om de hele aarde heen bevond zich die waterdamp.
Mede daardoor waren de omstandigheden op aarde ideaal.
Het zonlicht werd door die waterdamp gedeeltelijk getemperd.
Daardoor was het zonlicht niet zo verblindend.
Ook was het niet zo schroeiend heet rond het midden van de aarde en niet zo veel kouder naarmate men verder van het midden afweek.
Er was geen ijs, dus ook geen uitgestrekte ijsvlakten, geen Noord- en Zuidpool waar(op) zich ijs bevond.
Woestijnen bestonden nog niet.
Al het droge, het land zat trouwens nog aan elkaar en bevond zich meer rond het midden der aarde, want God had de aarde nog niet verdeeld.
Dat de temperatuurverschillen heel klein waren kwam mede door de koepel van waterdamp, zodat de lagen die zich daaronder, om de aarde bevonden, niet zo aan afkoeling onderhevig waren, omdat de warmte niet zo snel verloren ging in de ruimte, maar onder die 'bol' behouden bleef.
De temperatuurverschillen waren, op de verschillende plaatsen waar men zich op de aarde bevond, dan ook niet zo groot.
Ook was er niet veel verschil tussen dag- en nachttemperatuur.
Wel werd het 's avonds iets koeler, want ook toen ging 's avonds de zon ‘onder’.
De Here God vond het dan blijkbaar een heerlijke temperatuur om te wandelen in de hof (Genesis 3:8).
Maar Adam en Eva, bijvoorbeeld, hadden zich de eerste jaren zelfs nog nooit bekleed.
Daar was ook geen enkele aanleiding toe of reden voor.
Het kwaad was nog niet aan hen bekend.
Er was geen reden tot schaamte.
Maar ook was de temperatuur altijd heerlijk voor hun naakte lichamen.
Pas toen ze het kwade hadden leren kennen, door het eten van de ‘boom’ waarin, ‘in de vruchten’, ook het kwaad zat, schaamden ze zich voor hun lichamen die ongetwijfeld door God perfect waren gemaakt.
Maar de temperatuur en de andere omstandigheden bleven tot de zondvloed perfect.
Nu moet ik proberen u iets over te brengen waarvan het voor een mens zo moeilijk is om dat ineens tot zich te nemen.
Om er in een kort tijdsbestek een goede voorstelling van te maken.
Ik bid dat de Heilige Geest u ontvankelijk ervoor maakt en uw geestelijke ogen ervoor opent.
De omstandigheden voor groei waren ideaal.
Een beter woord ervoor had God ons al gegeven, paradijselijk.
Dat betekende dat alles, planten, dieren en mensen optimaal tot groei kwamen.
Bovendien waren door de paradijselijke omstandigheden, de leeftijden veel langer.
Ongeveer 10 x zo lang.
Alles groeide niet alleen veel beter op, maar ook veel langer door!
De mens bijvoorbeeld groeide, door die ideale omstandigheden, tot ongeveer zijn 70e jaar door tot volwassenheid.
Vanzelfsprekend was de mens dan ook veel groter dan nu. “De reuzen waren in die dagen op de aarde.” staat er in Genesis 6:4.
Dit kwam doordat ze opgroeiden onder paradijselijke omstandigheden en lang doorgroeiden.
Vergeet u alstublieft elke andere leer daarover.
Het is nu de tijd dat God aan Zijn (potentiële) bruid veel kennis en de volle waarheid gaat openbaren en Hij wil niet dat ze nog langer valse voorstellingen van zaken aanhangen.
In hetzelfde vers staat: “En ook daarna, toen de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen en zij hun (kinderen) baarden.”
Er staat: “En ook daarna!” Dus daarvóór, vóór dat de zonen Gods tot de dochters der mensen kwamen, waren de reuzen al op aarde. De mensen gingen niet ineens reuzen báren!
De mensen wáren reuzen!
En hun baby’tjes (kinderen) groeiden natuurlijk ook op tot reuzen, zoals door de ideale omstandigheden alles tot ‘grote’ bloei kwam.
Er waren 2 ‘soorten’ mensen, twee stammen, op aarde.
Alle mensen hadden Gods Geest in zich.
Maar dat heeft natuurlijk alleen Gods zegen tot 'gevolg' als je daarnaar leeft! Als je de Naam des Heren aanroept!
En dàt nu, deden Seth en zijn nakomelingen. (Genesis 4:26).
En uit Seth heeft God de hele lijn naar onder andere Henoch, Noach, Abraham, David geboren laten worden.
En daaruit zijn ook Jozef en Maria geboren de aardse vader en moeder van onze Heer Jezus Christus.
Mensen die Gods Geest in zich hebben en daarnaar leven zijn kinderen van God.
De mannelijke personen daarvan zijn zonen Gods.
De andere groep mensen waren de kaïnieten.
Kaïn, de (eerste) moordenaar, van zijn broer Abel, was gaan wonen in het land Nod, ten oosten van Eden.
Over de kaïnieten weten we ook het een en ander.
Een paar geslachten later was daar ene Lamech uit voortgekomen.
Hij was de eerste die zich 2 vrouwen nam.
Hij was ook een moordenaar en daar was hij blijkbaar ook nog trots op want hij vertelde zijn vrouwen dat hij 2 mensen had doodgeslagen en hij gebood hen daar goed naar te luisteren.
Ook nam hij de brutaliteit om zich woorden van God aan te meten.
God had uitgesproken: “Want kaïn wordt zevenvoudig gewroken.”
Lamech echter sprak dit zelf uit en nog wel dat hij “Zeven en zeventig maal gewroken zou worden.”
We kunnen ons voorstellen dat die mensen, zo noemt God hen en geen kinderen van God zoals de Sethieten, het niet zo nauw namen met de zeden.
Mede omdat het onnodig was om je te kleden.
Ze zullen dan óók op sexueel gebied wel zeer ‘schaamteloos’ zijn geweest.
Die 2 groepen mensen breidden zich natuurlijk heel snel uit.
Als je bijna 1000 jaren leeft en ongeveer 400 jaren vruchtbaar bent gaat dat natuurlijk heel snel.
Dat was ook een opdracht van God: “En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde” (Genesis 1:28a).
Toen die 2 volken almaar groter werden, zijn ze op een gegeven moment met elkaar in contact gekomen.
We kunnen ons voorstellen dat de mensen die God aanriepen en die God Zijn kinderen noemde, zich in alles als kinderen van God gedroegen.
We moeten voor ogen houden dat zij allen Adam en Eva nog kenden, die door God persoonlijk waren gemaakt als de eerste mensen.
Er konden geen dwaalleringen zijn zoals bijvoorbeeld het evolutiegeloof, of nog een keer geboren worden/zijn (reïncarnatie).
Het was in die tijd zo dat mannen zich vrouwen namen.
Dat was een instelling van God: “Naar uw man zal uw begeerte uit gaan en hij zal over u heersen” (Genesis 3:16).
Toen de mannelijke kinderen van God, de zonen Gods, in contact kwamen met de dochters der mensen en hun ‘vrije’ gedrag zagen, zullen ze dat best schaamteloos hebben gevonden.
Maar de zonen Gods zagen dat de dochters van die mensen schoon waren (Genesis 6:2).
Ze zullen van die dochters der mensen wel veel meer te zien hebben gekregen, dan ze gewend waren van de vrouwelijke kinderen van God.
Dat is niet zo vreemd want kijkt u maar eens naar de normen van nu.
Ze zullen ongetwijfeld door hen in verleiding zijn gebracht en dat zal te verleidelijk zijn geweest voor die zonen Gods.
Ze wisten natuurlijk wel dat dit niet goed was en dat ze door aan die verleidingen toe te geven, zondigden voor God en Hem daar zeer veel verdriet mee deden, maar ze zijn er toch voor bezweken.
En die mannelijke kinderen van God namen zich van die verleidelijke dochters der mensen wie zij maar verkozen (Genesis 6:2).
Hier zat natuurlijk de satan achter. Op deze manier verleidde hij de uitverkorenen van God!
Hetzelfde heeft hij nog een keer ‘geprobeerd’ te doen.
Door Bileam.
Deze werd door de tegenstander van Gods volk aangezocht om Gods volk te vervloeken.
Maar Bileam kon niet anders dan de woorden van de HERE spreken en het volk Israël zegenen.
Maar later heeft hij de Midjanieten aangeraden om hun schone vrouwen op de mannen van Gods volk af te sturen en zo zouden de mannen van Gods volk trouwbreuk tegen de Here plegen.
“Mozes zeide tot hen: Hebt gij allen die van het vrouwelijk geslacht zijn laten leven? Zie dezen waren op raad van Bileam voor de Israëlieten aanleiding om trouwbreuk te plegen tegen de Here” (Numeri 31:15,16), zie ook Openbaring 2:14.
Daarom wil de satan en allen die hem volgen ook nu dat de ‘mensen’ zich totaal te buiten gaan aan de meest liederlijke afwijkingen op het gebied van seksualiteit, van gemeenschap.
In Numeri 25 kunt u lezen waar dat toen toe leidde en wat de HERE voor maatregelen nam.
Nu zal dat ook zo zijn, maar de straffen van de Here God zullen nu nog veel erger zijn.
Als de HERE dit door had laten gaan zou er (weer) geen volk van God meer zijn geweest.
Een volk van God dat zich vermengt en afgoden gaat dienen is geen volk van God meer.
Datzelfde gold en geldt zeer zeker ook nu, voor kinderen van God.
Zoals meestal, als de kinderen van God zich gaan vermengen met mensen, dan worden de mensen geen kinderen van God, maar de kinderen van God worden dan ook mensen.
Daarom willen zij die de NWO aanhangen en ten koste van alle gruwelen die dit meebrengt, ook nu dat zij die goedwillend zijn, die de ware God willen volgen, aanbidden en vereren, samengaan, samensmelten tot een religie.
Gods woord zegt dat, van degenen die nu discipelen van Jezus Christus zijn, of dat tot voor kort waren, er velen af zullen vallen en terugkeren (Johannes 6:66).
Zij zullen de satan achterna gaan (1 Timótheüs 5:15).
Kijkt u maar eens wat die satan op het ogenblik al zoal doet.
Dat zal alleen maar erger worden en daar zullen veel kinderen van God die trouwbreuk hebben gepleegd de satan bij (gaan) helpen.
Terug naar de vrouwen, de dochters der mensen, die de zonen Gods zich verkozen hadden.
En de kinderen die zij baarden dat waren de ‘geweldigen’ uit de voortijd, mannen van naam (Genesis 6:4).
Wat zegt God van die ‘geweldigen’.
Dat hun boosheid groot was en dat al wat de overleggingen van hun hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was! (Genesis 6:5).
De geweldigen uit vers 4 waren geweldenaars en pleegden geweldenarij, de aarde was er vol van. “Want door hun schuld was de aarde vol geweldenarij!” (v.13).
Die ‘mannen van naam’ uit vers 4 waren mannen waar iedereen bang voor was.
Waar men voor sidderde als men hun naam maar hoorde.
“De aarde nu was totaal door hen verdorven, . . .want door hun schuld was de aarde vol geweldenarij” (Gen. 6:12,13).
Dat zelfde komt nu weer terug. U ziet het geweld steeds meer toenemen en ook in de komende tijd zult u uw maatstaf telkenmale drastisch moeten bijstellen naar meer en erger.
Ik vervolg met de planten en de bomen.
Ook die waren groter en gezonder.
En de hele wereld was er weelderig mee overdekt.
Kunt u zich voorstellen hoe dat is geweest, alle plaatsen op de aarde overdekt met de weelderigste plantengroei?
Ook op vrijwel alle plaatsen waar het nu te koud, te droog, te heet, te nat, te hoog is.
Ja, ook waar het nu te hoog is, want de meeste (en de nu hoogste) bergen waren er toen nog niet en hoger was het ook niet koud.
De meeste en de hoogste bergen zijn ontstaan toen God de aarde verdeelde.
Die gigantische hoeveelheid (rijkdom aan) planten werden tijdens de zondvloed totaal verpletterd en een groot gedeelte daarvan is toen onder de oppervlakte verdwenen.
Door de onvoorstelbare druk van dat 4000 meter hoge water zijn die planten in een heel korte tijd samengeperst tot grondstoffen die we nu als brandstof en voor energie gebruiken.
De ‘geleerde’' zeggen in hun ‘eigen wijsheid’ dat daar miljoenen jaren voor nodig zijn.
Maar: “De wijsheid dezer wereld is dwaasheid voor God” (1 Corinthiërs 3:19).
Een prachtig voorbeeld van hoe het klimaat toen was en dat er toen zeer weelderige plantengroei was, ook op de plaatsen waar het nu erg heet en droog is, vindt u in het feit dat ook in ‘woestijnen’ erg veel olie wordt gevonden!
Ook planten en bomen zijn kwalitatief en in grootte en in leeftijd achteruit gegaan.
Als laatste heb ik de dieren genomen.
Dit omdat we aan de dieren kunnen zien dat alles toen veel groter was, beter en langer groeide en aan hen, nu nog, kunnen zien dat er inderdaad reuzen op aarde waren.
Nu nog kunnen we dat zien!
In Siberië, waar het toen natuurlijk niet koud, maar ook warm was, laat God, nu nog, meer dan 4350 jaar later, duizenden olifanten vinden die 'plotseling' allen tegelijk, gedood zijn!
Zo plotseling dat ze tijdens het eten werden gestoord en gedood.
Bij velen de etensresten nog in hun bek.
Die olifanten van toen waren wel veel groter.
Dat waren geen àndere dieren.
Die olifanten waren onder andere omstandigheden opgegroeid.
God heeft nooit nog een keer dieren geschapen.
En ook niet op een keer andere dieren geschapen.
Maar waarom zijn ze dan plotseling ingevroren?
Ze zijn allereerst plotseling gedood!
Toen die onvoorstelbare watermassa alles doodde wat in de lucht en op aarde leefde. “Op die dag werden de sluizen des hemels geopend.” (Gen. 7:11c) Als men sluizen opent komen er geen druppeltjes water vrij.
Dan stort het water zich met grote kracht en onder grote druk omlaag. In onmetelijk grote hoeveelheden en van grote hoogte en met enorme kracht, stortte het water zich op de aarde toen de Almachtige de sluizen van de hemel opende.
Wat ook gebeurde, was dat de temperatuur op aarde zeer snel totaal veranderde.
De beschermende laag om de aarde was ineens weg.
Zon, wind en kou (op slechts 10 kilometer hoogte heersen al temperaturen van 50 graden onder nul), hadden opeens vrij spel.
Plotseling werd, bijvoorbeeld, het gebied wat nu Siberië heet en waar het altijd warm was geweest, een zeer koud gebied.
Alles werd daar zeer snel ingevroren en bleef bewaard in ‘eeuwig’ ijs.
Een ander voorbeeld van reuze dieren kennen we door de vondsten van dieren (beenderen, skeletten) die veelal Sauriërs genoemd worden.
Vele daarvan zijn groter dan welk landdier dan ook wat nu nog leeft.
Dat die Sauriërs lang niet altijd ‘geheel intact’ worden gevonden komt omdat ze meestal niet worden gevonden op plaatsen die door de zondvloed plotseling erg koud zijn geworden.
De meesten van deze dieren zijn dan ook niet in 'eeuwig ijs' behouden gebleven.
Maar de beste voorbeelden van “de reuzen die in die dagen op de aarde waren” heeft onze God in de zeeën bewaard.
En daar kunnen we ze dan ook nog steeds bewonderen.
Toen God de zondvloed op de aarde liet komen ging Hij uitroeien: de mensen zowel als het vee en het kruipend gedierte en het gevogelte des hemels.
“En al wat leefde, wat zich op de aarde roerde, het gevogelte en het vee en het wild gedierte en alle gedierte wat op de aarde wemelde, benevens alle mensen, kwamen om. Alles wat op het dróge was, stierf” (Genesis 7:21,22).
Maar alles wat in het nàtte, in het water was, stierf niet.
Wat op de aarde viel en uit de kolken kwam was immers water.
Natuurlijk is ook de kwaliteit van het water niet meer wat het, in de voortijd, was.
En door de veranderde omstandigheden kennen ook de waterdieren geen paradijselijke omstandigheden meer en zullen ook die dieren minder lang leven en minder groot worden.
Maar ongetwijfeld heeft het water minder grote veranderingen ondergaan dan de aarde en wat er omheen is.
Het is dan ook zo dat de zee en waterdieren het minste veranderd zijn.
Daar vinden we dan ook nu nog de grootste dieren van de aarde.
We zijn er al mee vertrouwd, maar de grootste vissoort, de blauwe vinvis is veelal meer dan 30 meter lang, weegt 150.000 kilo en dat is ± 30 keer zo zwaar als het grootste landdier, een volwassen olifant.
Dat zijn pas echt reuzen!
Bijna zoals de Here God ze, eertijds, heeft geschapen.
Dit alles wordt door de wereld niet, of anders aangenomen.
Het evolutiegeloof wordt de mensen opgedrongen door hen die opstandig zijn tegen God.
En talloze leringen die van Gods woord afwijken, de ene nog dwazer dan de andere, worden geloofd en op scholen verkondigd.
En (zelfs op veel ‘christelijke’) scholen als ‘leesstof’ verplicht gesteld.
Zelfs gaan sommige ‘christenen’ hier (gedeeltelijk) in mee.
“Want er komt een tijd dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren” (2 Timotheüs 4:3,4).
Ondanks dat dit uiterst verdrietig is, is het toch prachtig zoals God het in 2 Petrus 3:3-7 heeft laten opschrijven.
In de laatste dagen zullen spotters zeggen: “Sedert de vaderen ontslapen zijn blijft alles zó, als het van het begin der schepping af geweest is” (vers 4).
Zij geloven dus niet, dat er een enorme catastrofe in de vorm van een wereldomvattende zondvloed is geweest, waardoor alles wat toen in de lucht en op de aarde leefde, is gedood.
En de aarde, o.a. doordat het water wat eerst om de aarde was en door God is weggenomen, een geheel ander aanzien heeft gekregen en de leefomstandigheden totaal zijn veranderd, verslechterd.
Ik schrijf bewust verslechterd omdat bij de meeste van hen ook van de dwaze grote leugens van de duivel hebben postgevat, dat alle dieren (en voor hen houdt dat in ook de mens), vroeger veel 'simpeler' waren en vanzelf zijn vergroeid naar 'hogere' levensvormen.
“Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde.” (2 Pet. 3:5a-b)
Er staat immers in het eerste vers van Gods woord: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde” (Gen. 1:1a).
De hemel èn de aarde schiep God vèr voor de eerste dag.
“En de aarde die úit en dóór het water bestaat” (2 Pet. 3:5c).
De aarde was eerst immers een bol waarvan heel de bovenste laag van minstens 4 kilometer dik, uit water bestond.
Dit was vóórdat God, op de tweede dag, het grootste gedeelte van het water op de aarde naar boven de aarde haalde en zodoende scheiding maakte tussen de wateren die op de aarde bleven en de wateren die boven de hemelen (om de aarde) waren.
Toen is dus de aarde uit het water ontstaan (vers 5c).
En dan staat er: “Waardoor de toenmalige wereld is vergaan, verzwolgen door het water” (vers 6).
Toen God het water weer terug liet vallen op de aarde werd alles wat op aarde was, verzwolgen door dat water.
Toen is de toenmalige wereld vergaan (vers 6).
Daarna liet God dat water weer van de aarde wegvloeien.
Tijdens de zondvloed, toen God de aarde geheel bedekte met water en het water er weer afnam is de aarde dóór het water ontstaan (vers 5).
Toen heeft God ook gelijk het water uit de omgeving van de aarde weggenomen.
Daardoor werden de hemelen om de aarde heel anders.
Ook de omstandigheden op de aarde werden heel anders.
Deze noemt God, de tegenwoordige hemelen en aarde! (vers 7).
Deze tegenwoordige hemelen en aarde heeft God als een schat weggelegd.
Zo bewaart Hij ze tegen de dag van het oordeel, als Hij deze door het vuur zal laten vergaan.
“Op de dag des Heren zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden." (vers 10)
2 Petrus 3, de verzen 5 en 6: "Want willens en wetens ontgaat hun, dat door het woord van God de hemelen er sedert lang geweest zijn en de aarde, die uit en door het water bestaat waardoor de toenmalige wereld is vergaan (de toenmalige wereld was de wereld zoals deze was van de schepping, tot de zondvloed), verzwolgen door het water." (verzwolgen tijdens de zondvloed, vers 6).
Dus de aarde is uit het water ontstaan.
Dat lezen we hier en in het scheppingsverhaal in Gen. 1:3-31.
En vóór deze aarde is er niet en nooit een andere aarde ontstaan of geweest. Deze aarde is vergaan, verzwolgen door het water.
Dat is tijdens de zondvloed geschied.
2 Petrus 3:7, Dóór dat water van de zondvloed heen is ontstaan: "De tegenwoordige hemelen en de aarde."
Toen God, tijdens de zondvloed, al dat water weer op aarde liet terugvallen, en het zelfs tot boven de hoogste berg liet stijgen, zodat alles wéér onder water stond en de vloed wéér over de aarde was, toen liet God de tegenwoordige aarde ontstaan.
Dat deed Hij door al het overtollige water van de aarde weg te laten vloeien (Genesis. 7:19 en 8:3).
Maar déze keer, déze tegenwoordige aarde, zònder een bol, zònder een omhulsel van water om de aarde.
Nog éénmaal het woord van de Almachtige Schepper hierover aanhalen, Genesis 2:4: "Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden. Ten tijde dat de HERE God aarde en hemel maakte."
Bijna elk woord in dit vers is van groot belang, omdat het de waarheid van Gods woord bevestigt!
"Dit! is de geschiedenis", staat er.
Dus er bestaat niet zoiets als, ook nog een àndere geschiedenis over: "De hemel en de aarde toen zij geschapen werden."
"Dit! is de geschiedenis."
Niet nog een ànder verhaal is óók de geschiedenis daarover.
"Dit", wat in het begin van het woord van God staat "Is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden."
Niet hèrschapen, nadat wezens er een woestenij van hadden gemaakt.
Maar gèschapen!
"Dit is de geschiedenis" staat er.
Niet zo maar een verháál, waar valse predikers het hunne over mogen denken, of dingen aan toe mogen voegen.
"De geschiedenis!"
En verder staat er: "Ten tijde, dat de HERE God aarde en hemel maakte!"
"Ten tijde!" Toen! maakte de HERE God de aarde! Toen ten dien tijde, maakte de HERE God de aarde en hemel!
Niet tevens nog veel eerder ook een keer, waarna er van alles mee en op gebeurde en de aarde verwoest werd.
"Toen maakte de HERE de aarde!"
Dus niet: "Herstelde of herschiep.”
Maar: "Toen maakte de HERE de aarde."
Ik heb op bijna elk woord van deze 2 verzen afzonderlijk de klemtoon gelegd, omdat elk woord een grote betekenis heeft in het hoe en wanneer van de schepping en in het weerleggen van deze en soortgelijke valse leringen.
"Want in 6 dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt" (Exodus 20:11). IN 6 DAGEN!!!
HERE, Schepper van hemel en aarde, geprezen zij Uw almacht, Uw grootheid en Uw heerlijkheid. U zij de glorie! U komt alle eer toe!
Genesis 1:6-8: "En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren. En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo.
En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag."
Toen was dus het water dat God van de aarde àf wilde hebben, ook weg en het was daar, waar Hij het wilde hebben, òm de aarde!
Toch was de aarde toen nog geheel in water gehuld.
Was er dan niet genoeg water afgegaan?
Misschien minder dan God had gewild?
Natuurlijk was het precies zo gebeurd als de Almachtige het wilde hebben.
Bovendien staat er: "En het was alzo."
Het was zoals Hij het wilde!
Maar er was een speciale reden voor.
De 'aarde' was nog een geheel gladde bol, want zij was nog geheel gehuld in water.
Dat, wat later, op de derde dag als "Het droge te voorschijn moest komen", wat "God, aarde zou noemen", was toen nog onder een hele buitenste laag van water verborgen.
De derde dag ging God, dat droge, wat Hij aarde noemde, te voorschijn laten komen.
Hij sprak uit hoe het moest worden.
Hij deed dat door hoogteverschil te maken in de 'vaste' laag die onder het water was.
Hij maakte één diepe plaats over het grootste gedeelte van de bol en op één plaats liet Hij het droge omhoog, te voorschijn, komen.
Het water vloeide samen op die éne plaats, die ongeveer tweederde gedeelte van de oppervlakte van de aarde besloeg.
Dat water lag geheel rondom het droge gedeelte, dus dat water besloeg ongeveer twééderde gedeelte van de oppervlakte van de aarde.
“Lag geheel rondom”, is niet geheel juist beschreven, omdat het droge gedeelte, de aarde, vier hoeken had.
"En God zeide: "Dat de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo.” (Gen. 1:9)
God had uitgesproken hoe het moest worden.
En het was alzo geworden!
“En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën." (Gen. 1:10)
Op de derde dag gebeurde nóg 'iets' héél bijzonders.
"En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo. En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag dat het goed was." (Gen. 1:11-12)
En God zag dat het goed was?
Hoe kon dit alles?
En hoe kon dit alles groeien?
De zon was er nog niet!
Hoe kon de aarde dan jong groen voortbrengen?
En zaadgevend gewas?
En vruchtbomen die naar hun aard vruchten droegen, welke zaad bevatten?
Toch staat er: "En het was alzo!"
"En de aarde bracht het voort!"
Hieruit kunt u zien wat een fantastisch klimaat God had weten te scheppen al vóór Hij de zon en de maan stelde aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde.
Dat heerlijke klimaat waarin alles perfect groeide en bloeide had God geschapen door de warme lichtende wolken waar de aarde doorheen 'reisde', in combinatie met de hemel die tussen de wateren en de wateren was.
De warmte van die warme lichtende wolken, verwarmde en verlichtte de hemel die tussen de wateren en de wateren was, en vanzelfsprekend ook de aarde!
Dat water dat die hemel geheel omhulde, zorgde dat de warmte over de gehele aarde vrijwel gelijkmatig werd verdeeld en dat er (bijna) geen temperatuurverschillen en temperatuurschommelingen waren.
Om die redenen, door die maatregelen, kon God al op de 3e dag, toen de zon nog niet bij de aarde was, toch jong groen voort laten brengen en gewas, dat naar zijn aard zaad gaf en geboomte dat naar zijn aard vruchten droeg, welke zaad bevatten.
Tegenwoordig passen telers dat 'systeem' ook ongeveer zo toe.
Zij doen dat door hun artikelen te kweken in een kunstmatig afgesloten ruimte.
Niet onder een koepel van water, maar onder glas.
Dáár regelen zij de vochtigheid kunstmatig, verlichten het met kunstlicht en brengen het geheel met kunstmatige verwarming op de juiste temperatuur.
God deed dat een beetje eerder.
Ook op een ietwat grotere schaal.
De HERE der heerscharen gebruikte daar 'even' Zijn heelal voor.
Bovendien was er bij God niets kunstmatigs aan.
Hiervoor heb ik al aangehaald en geprobeerd u een idee te geven over de ontzagwekkende grootte van zo’n warme en lichte wolk.
En ik heb geprobeerd u een idee te geven hoelang de aarde door zo’n wolk kan zijn gegaan.
De geleerden, wetenschappers, spreken over een totale tijd van miljarden jaren.
Maar zelfs als ze duizend maal (100.000%) te hoog schatten, zijn het dus miljoenen jaren geweest dat de aarde, bijvoorbeeld op die derde dag door die wolk ging.
Probeert u zich voor te stellen wat er alleen al in deze 6000 jaar vanaf de schepping van Adam zoal op de bodem is gevallen en er is ingedrukt c.q. gezakt aan materiaal, bijvoorbeeld aan bomen en planten.
Misschien kunt u zich er dan een voorstelling van maken wat een enorme hoeveelheid aan bomen, planten en ander materiaal er gedurende de veel langere periode van de 3e dag is gevallen op de aarde en gezakt c.q. gedrukt in de bodem van de aarde.
Hoeveel lagen en wat een onvoorstelbaar gigantische hoeveelheden dat dan wel niet moeten zijn.
Daaruit zijn de enorme hoeveelheden aardgas, aardolie en steenkool ontstaan.
Nogmaals, de enorme druk van het water van de zondvloed en mede door de omstandigheden die plaatsvonden toen God de aarde verdeelde, hebben daaraan bijgedragen.
Maar we kunnen ons geen voorstelling maken van de omstandigheden zoals die ten dien tijde en ten tijde van de 3e dag golden.
Zo ook kunnen we ons geen voorstelling maken van de tijd van bijvoorbeeld de 3e dag.
Niet alleen omdat we de grootte van zo’n wolk niet weten en ook niet de snelheid waarmee de aarde er doorheen reisde.
De tijden zoals wij die kennen, gaan niet op.
Tijdens dat verdelen van de aarde schoven grote en hoge aardlagen door en over elkaar, soms zelfs verschillende malen.
Dat is de reden waarom ook op grote diepte deze (brand)stoffen worden gevonden.
Ook werden vele lagen omhoog gestuwd!
Dat is de reden waarom sommige van deze delfstoffen, aan, of dicht onder, de oppervlakte worden gevonden.
En tevens werden lagen die eerst tot de ‘aarde’ behoorden in zee geduwd, of zonken in zee, of zonken en werden door de zee overspoeld.
Dat is dan weer de reden dat veel aardgas en aardolie in lagen en ‘velden’ in de bodem van de zee worden gevonden.
Nu nog een ander facet waaruit de grootheid van de Almachtige Schepper blijkt in deze ‘volgorde’ van Zijn scheppen, weer in het bijzonder ten aanzien van wat Hij op de 3e dag schiep en liet ontstaan.
Door de planten en bomen, “Zaadgevend gewas en vruchtbomen welke zaad bevatten.”
Nogmaals, terwijl er nog geen zon was!
Vanaf de 4e dag, toen de aarde om de zon ging draaien, werden de tijden niet alleen vaster, de dagen, die zo erg lang waren geweest, werden vrij plotseling heel veel korter.
Gelijk de volgende, de 5e dag schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevogelte.
Deze dieren en gevogelte kunnen echter niet zonder atmosfeer.
Bijvoorbeeld om de vogels te dragen, opdat ze kunnen vliegen.
Ook kunnen ze niet zonder zuurstof en andere stoffen die zich in de atmosfeer bevinden.
Zonder de zon zou die atmosfeer normaal niet kunnen ontstaan.
Bovendien zou het mèt de zon veel en veel te lang duren om de atmosfeer te creëren, te laten ontstaan.
Dan zouden we moeten gaan denken over zeer vele dagen nadat God op de 4e dag de aarde om de zon ging laten draaien, voordat Hij deze dieren kon scheppen.
Maar God schiep deze dieren al direct de dag nadat Hij de aarde om de zon liet draaien!
Dat nu kon de Almachtige in Zijn oneindige wijsheid toch laten gebeuren, omdat Hij op de 3e dag al de bomen en planten had laten ontstaan en groeien gedurende een ongetwijfeld zeer lange ‘tijd’, dat de aarde gedurende die 3e dag in zo’n warme, lichte wolk was.
Het zijn de bomen en planten die samen met vocht, licht en warmte voor de atmosfeer zorgen en in stand houden, zoals levende wezens die nodig hebben.
In fantastische omstandigheden, zonder de zon, had God gedurende de 3e dag de atmosfeer laten ontstaan zoals deze nodig was om de dieren en kort daarna de mensen te kunnen laten leven.
Dus, tijdens de 3e dag waarin God de bomen en planten schiep terwijl de aarde gedurende zeer lange tijd door zo’n warme lichte wolk ging, liet God tevens de atmosfeer ontstaan.
Daardoor kon Hij, gelijk nadat de aarde om de zon ging draaien, al de volgende dag de dieren scheppen.
Rest ons er aan te denken dat de HERE dan wel heel erg lang heeft moeten wachten voordat Hij verder kon gaan met de schepping en vooral met Zijn hoogste schepping, de mens.
Niet alleen heeft God dat graag voor ons over, maar nogmaals, deze redenatie gaat voor de Schepper niet op, omdat Hij niet afhankelijk is of ondergeschikt is aan de tijd, zoals wij dat zijn.
Ook de tijd is ondergeschikt aan Hem, het is een schepping van God Zelf.
Dan hebben we het ook over de Almachtige God!
De Uitdenker en Schepper van alles!
Wat ik op deze website probeer te laten ontstaan, aan te wakkeren, groot te laten worden, is liefde voor de Almachtige, voor de Schepper, voor God.
Als u dat wilt is Die God ook uw Vader.
De Almachtige God, de Heilige Geest Die, als u dat wilt, in u woont.
Onze Heer en onze Heiland die, als u dat wilt voor eeuwig uw Goddelijke Bruidegom is, waar u samen mee zult heersen.
Nu terug naar Genesis 1.
De verzen 9 en 10: "En God zeide: Dat de wateren onder de hemel op één plaats samenvloeien en het droge te voorschijn kome; en het was alzo." "En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën." De aarde was toen nog één geheel.
Toen en nog lang daarna, was alle land nog aan elkaar.
Eén wereld. Die bestond nog niet uit werelddelen, want God had de aarde, de wereld, nog niet verdeeld.
De omstandigheden waren toen door God ideaal gemaakt om bepaalde soorten gewassen en bomen te laten groeien.
De verzen 11-13: "En God zeide: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas, vruchtbomen, die naar hun aard vrucht dragen, welke zaad bevatten, op de aarde; en het was alzo. En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte, dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag, dat het goed was. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag."
De deeltjes in de wolken 'klonteren' op een gegeven moment aan elkaar.
De grootste klonten hebben de meeste aantrekkingskracht en trekken dus het meeste materiaal naar zich toe.
Daaruit ontstaan na zeer lange tijd de grootste bollen, de sterren.
En op ruime afstand van de sterren ontstaan minder grote bollen, de planeten en weer andere, meestal kleinere, worden manen.
De middelgrote, de planeten, gaan een baan om een ster beschrijven en (veel van) de kleinere, een baan om een planeet.
Die drie dagen die de aarde op zijn reis door het heelal had meegemaakt, hadden, naar onze huidige tijdrekening, vele jaren geduurd.
Het duurt zeer lang voordat uit die miniem kleine deeltjes, zich klontertjes, heel kleine balletjes hebben gevormd.
Maar naarmate ze groter worden, trekken ze meer en sneller materiaal naar zich toe dat zich in hun nabijheid bevindt.
Naarmate ze groter en groter worden, trekken ze de ruimte, tot in hun verre omtrek leeg van vrijwel alles wat zich daarin bevindt.
In die fase groeien ze relatief zeer snel tot planeten en zelfs sterren.
Als ze eenmaal de ontzagwekkende afmetingen van planeten of zelfs sterren hebben aangenomen, hebben bereikt, trekken ze het stelsel, zoals ons zonnestelsel en wat daar omheen is, leeg.
Ook gaan er dan enorme afstanden, ruimten, komen tussen de sterrenstelsels.
Het groeien naar planeten en sterren was het geval in de periode van de 3e dag en de nacht die daarop volgde en de 4e dag.
In die perioden ontstonden de zon en de maan. (Gen. 1:14-19)
De ruimte tussen de sterren is enorm, maar als een planeet door het heelal, de hemel, reist kan het niet anders of hij moet op een keer zo dicht langs, en in de juiste aanloopbaan van, een ster komen dat hij door die ster wordt ingevangen.
Dat was ‘natuurlijk’ ook het geval met de aarde ('natuurlijk' = door God zo beschikt, want Hij heeft alles speciaal voor dat doel geschapen) en zo kwam de aarde in een baan om de ster die de Almachtige Uitvinder van alles, de zon noemde.
Maar tevens kwam de aarde gelijk in 'contact' met de maan.
Deze maan zorgde voor de nodige afremming en bijsturing, om de aarde in de juiste baan (qua afstand, snelheid en cirkelvorm) te laten draaien.
Vanuit het geloof weten we dat God alles kan, dus dit behoeft geen enkele uitleg.
Toch is dit ook naar onze menselijke begrippen al niet meer zó bijzonder.
Zelfs de mens, die in verhouding tot de Almachtige, tot bijna niets in staat is, maakt al gebruik van de bestaande hemellichamen om een satelliet op een bepaalde afstand, met een bepaalde snelheid en een bepaalde baan om een planeet of maan te laten draaien.
Vanaf de vierde dag, was 'hetgeen waardoor de aarde werd verlicht', de zon, en werd het door het licht van de zon bepaald wanneer het op een bepaalde plaats op de aarde licht was en dus ‘dag’ was.
Zo ook, als het licht van de zon op een bepaalde plaats van de aarde niet scheen, was het duister, dus ‘nacht’.
"En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren" (v.14). Vaste tijden!!! Voor die tijd waren de tijden niet vast. Toen bestonden er geen tijden als jaren. Alleen dagen en de tijd van die dagen was afhankelijk van hoe lang de aarde in zo'n wolk in het licht was, of tussen twee wolken in, in de duisternis was. "Tot aanwijzing van dagen en jaren."
Jaren waren er voor die tijd hoe dan ook niet, omdat een jaar de tijd is die de aarde er over doet om één maal zijn omloopbaan om de zon te beschrijven en pas op die vierde 'dag' ging dat aanvangen.
Maar ook pas vanaf die vierde dag werden de dagen aanwijsbaar als vaste tijden. "En God zag dat het goed was." (Gen. 1:18c)
Het was zeker goed!
De waterdamp die als een bol om de hele aarde was, zorgde ervoor dat de omstandigheden ideaal waren. Paradijslijk waren.
Onder die bescherming was een atmosfeer waarin bijna geen temperatuurverschillen bestonden.
Er bestonden geen koude polen en geen ijs.
Er bestonden geen plaatsen waar het erg heet was.
En ook geen plaatsen waar het erg droog was.
De warmte en het licht van de zon konden niet zó doordringen, dat de zon brandde.
Ook verblindde het licht van de zon niet.
Tevens kon de temperatuur op aarde niet zo snel afkoelen.
De temperatuurverschillen tussen dag en nacht waren niet groot.
‘s Avonds en ‘s nachts was het wel iets koeler, (Genesis 3:8), maar niet koud.
Adam en Eva hadden al de jaren tot aan de 'zondeval' ongekleed gelopen omdat ze zich niet schaamden voor elkander (Genesis 2:25), maar ook, omdat het door de temperatuur onnodig was zich te kleden.
Pas ná de zondeval maakten zij zich schorten (3:7) en de Here God voor hen klederen (3:21).
Dat was toen nodig, omdat ze besef van kwaad kregen, er zich bewust van werden dat ze naakt waren en zich schaamden (3:9,10).
Maar ook vanaf toen tot aan de zondvloed was dat niet nodig vanwege de temperatuur, want de weersomstandigheden bleven ideaal, paradijslijk.
Voordat de aarde werd ingevangen door de zon, draaide ze niet om haar eigen as.
De draaiing van de planeten van 'ons' zonnestelsel, de omwentelingen om hun eigen as, worden veroorzaakt door de krachten die God in ons zonnestelsel laat heersen.
Toen de aarde in de aantrekkingskracht van de zon kwam ging zij wel met die krachten te maken krijgen, maar ze draaide niet gelijk in de juiste snelheid om haar eigen as.
We moeten niet vergeten dat de aarde toch een enorme massa is, die niet makkelijk in een andere 'beweging' is te krijgen.
De eerste dagen zijn dan ook nog 'erg lang' geweest, terwijl tegelijkertijd de omwentelingssnelheid geleidelijk toenam.
Ook dit wordt weer bevestigd door de Bijbel.
Leest u maar eens in Genesis 1:20-23 wat God allemaal schiep: "De vijfde dag."
En ook de zesde dag heeft natuurlijk nog lang geduurd.
Dit bevestigt God in de verzen 24-31.
Misschien komt dit nog duidelijker tot uitdrukking in de verzen 15-25 van hoofdstuk 2.
We zullen hieruit een paar gedeelten aanhalen.
“En de Here God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden. Ook bracht Hij al het gedierte des velds en al het gevogelte des hemels tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk wezen noemen zou, zó zou het heten. En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds."
Dat heeft Adam flink wat tijd gekost. (Dit alles op die zesde dag).
"Maar voor zichzelf vond hij geen hulp die bij hem paste. Toen deed de Here God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep, nam Hij één van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees. En de Here God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw en Hij bracht haar tot de mens." Dit alles 'gebeurde' op de zesde dag.
"Toen was het avond geweest en het was morgen geweest de zesde dag" (1:31). "Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer" (2:1). "Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden. Ten tijde, dat de Here God aarde en hemel maakte" (2:4).
IN 6 DAGEN!!!
Nog even het één en ander over het van Gods woord afwijkende geloof, dat er tussen het 1e en het 2e vers van Gods woord een tijd was waarin ?wezens? ?engelen? de aarde woest hebben gemaakt. Dit o.a. omdat er mensen zijn die zeggen: "Wat God maakt is niet woest, maar volmaakt."
Deze uitdrukking lijkt op geloof, maar getuigt van zeer valse vroomheid.
Meestal hangt dit samen met het valse geloof, dat engelen zich aan mensen hebben vergrepen waardoor de reuzen ontstonden.
En dan verbinden ze daaraan: "Dus moet de aarde door anderen woest zijn gemaakt.”
Ik spreek hierover omdat het voor de bruid van de Allerhoogste Koning uitermate belangrijk is dat elke valse leer uit haar midden wordt weggedaan.
Dat er ?wezens? ?engelen? zijn geweest die de aarde woest hebben gemaakt moet dan zijn gebeurd in een periode tussen het 1e en 2e vers van de Bijbel.
En daaruit concluderen ze dan weer dat er in Genesis 1:2 moet staan: "De aarde nu wèrd woest."
Ik heb u dit in het begin van dit hoofdstuk al uitgelegd.
Er is zoveel tegen dit geloof aan te voeren dat het vrijwel iedereen verbaast dat dit valse geloof door sommigen kan worden aangenomen.
Als je je ook maar een beetje in de Bijbel verdiept, weet je gelijk dat dit een bijzonder vreemd en vals geloof is.
Ik zal er een aantal argumenten tegen aanvoeren, vanuit Gods woord.
In de fases dat God aan het scheppen was (en daar was hier sprake van want God was nog niet klaar met het scheppen van de aarde tot deze zo was als Hij haar wilde hebben), in die tussenfases was hetgeen God aan het scheppen was uiteraard nog woest en zeker nog niet volmaakt, want God was er nog niet mee klaar.
Een voorbeeld:
God schiep de mens, Adam, naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis.
God is de ontwerper van alles.
Er is geen kunstenaar waarvan God iets zou kunnen leren.
Niemand is in staat iets beter of mooier te maken dan dat God het kan.
We kunnen dan ook zomaar aannemen dat Adam een echt kunstwerk was, door God Zelf ontworpen en gemaakt.
Ongetwijfeld perfect en prachtig om te zien. Dat was, toen God gereed was met het scheppen van Adam
Maar toen God, Adam nog aan het maken was, zag 'de mens' er in de opeenvolgende fasen helemaal niet mooi, en volmaakt uit, maar woest en lelijk.
Want God was nog niet klaar met hem.
“Maar een damp steeg op uit de aarde en bevochtigde de gehele aardbodem - toen formeerde, staat er, de HERE God de mens van stof uit de aardbodem” (Genesis 2:6,7).
Dus eerst was de mens slijk of klei, vormloos.
Toen werd die slijk door God gevormd.
Van die slijk, of klei maakte God een pop.
Begrijpt u dat in al die fases of stadia de mens nog niet volmaakt was?
Daarna werd de mens mooi van vorm, maar nog levenloos, koud, van een vreemde materiaalsoort, grauwgrijs.
Dat gaf allemaal niets want God was nog niet klaar met het formeren van de mens.
Het zou toch schandalig zijn om over zo'n tussenfase te zeggen: "Dat kan nooit het werk van God zijn, want wat God maakt is volmaakt. Er moet vast iets heel ergs gebeurd zijn. Vermoedelijk hebben gevallen engelen zich aan de mens vergrepen en daardoor moet hij grijs, glibberig en dood geworden zijn."
En dan daaruit ook nog de conclusie trekken: "Toen is God weer opnieuw de mens gaan (her)scheppen."
Genesis 2:7: "Toen formeerde de HERE God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen." Tóen was de HERE God klaar met het scheppen van de mens en pas toen was die mens zoals God hem wilde hebben.
Ongetwijfeld volmaakt en prachtig!
Een ander aspect dat de aanhangers van dat valse geloof maar graag over het hoofd zien, staat in 2 Petrus 3.
Vers 5c: "de aarde, die uit en door het water bestaat."
(Neemt u dit gedeelte uit Gods woord er alstublieft even bij).
In vers 1 zowel als in vers 2 van de Bijbel, Gods woord, tot vers 8 toe, was de aarde nog in het water. Helemaal omhuld met water.
De aarde moest (zelfs in vers 8, dus vèr na vers 2), nog uit het water ontstaan.
De HERE God had niet eerder het water van de aarde weggenomen en het daarna weer terug op aarde laten vallen. De aarde moest nog ontstaan! Voor de 1e maal! Uit het water!
Nogmaals 2 Petrus. 3:5c: "de aarde, die uit het water bestaat."
Dus toen pas liet God, de aarde uit het water ontstaan, zoals in Genesis 1 vers 9 staat toen God het droge! voor de éérste maal! te voorschijn liet komen.
Trouwens, wat zouden dat dan voor wezens geweest zijn die eerder op aarde hadden geleefd en de aarde hadden verwoest?
Geesten? Die hebben geen aarde en water nodig.
Hadden die geesten zich veranderd in wezens met een lichaam?
Wat deden ze dan op een aarde waarop nog niets was, en die geheel overdekt was met water?
Want: "de aarde, die uit het water bestaat."
En in Genesis 1 vers 2 t/m vers 8 was de aarde nog in het water.
En waren die wezens dan altijd in het donker? Want er was nog geen licht!
God had nog niet gesproken: "Er zij licht." (Gen. 1:3)
"Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. (Gen. 1:31) Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer." (Gen. 2:1) In 6 dagen! Men kan pas spreken van de 6 dagen, waarin God de hemel en de aarde en al hun heer voltooide, vanaf vers 31 van Genesis 1.
Niet eerder, want God rekent dagen vanaf dat er licht was.
"En God noemde het licht, dag."
En al die 6 dagen staan in Genesis 1:3-31 beschreven. De 6 dagen waarin God de hemel en de aarde en al hun heer voltooide.
Genesis 1:1: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde."
Wat schiep God in den beginne nog meer?
Niets, alleen de hemel en de aarde!
De aarde was toen dus het enige hemellichaam dat zich in de eindeloze ruimte, het heelal, bevond, begaf, bewoog.
Genesis 1:1: "In den beginne schiep God de hemel en de aarde." Vers 2: "De aarde nu was woest en ledig en duisternis lag op de vloed." Er is een geloof, dat er, voordat God de mens op de aarde schiep, andere wezens op de aarde hadden geleefd.
De voorstanders van dat geloof lezen hier graag: "De aarde nu wèrd woest en ledig."
Of de aarde in die fase nu woest was, of woest werd, is eigenlijk onbelangrijk.
God schiep de aarde, en in de diverse stadia van dat scheppen werd de aarde zo, en toen zo, en toen zo, enz. enz., totdat de aarde op een gegeven moment in het stadium was, waarin de aarde woest en ledig geworden was.
De aarde was toen nog niet volmaakt.
En de aarde was vóór die tijd ook nog nooit volmaakt geweest.
Net zo goed als dat de aarde nog niet volmaakt was, na wat de Schepper de 1e dag en de 2e dag en de 3e dag enz. had geschapen.
Ook toen was de aarde nog niet volmaakt.
Ook toen kon God niet stoppen met scheppen, omdat Zijn scheppingswerk nog niet was voltooid.
Ná de 6e dag waren de hemel en de aarde en al hun heer pas voltooid.
En er staat: “Zie, het was zeer goed!” (Genesis 1:31)
Waar de Bijbel in Genesis 1:2 over spreekt, was een tussenfase en God vermeldt hoe de aarde toen geworden was.
Dus dat de aarde "In den beginne" nog woest en ledig was, was gewoon een fase in Gods scheppingswerk.
Een fase waarin God vermeldde, dat Hij daarna het licht ging scheppen en dus vanaf daarna de dágen van toepassing werden.
God schiep de aarde dus vóór de eerste dag!
God vermeldt dit dus expres en geeft in dit vers expres aan in welke staat de aarde zich bevond, vóór de eerste dag.
Vóór die tijd waren er immers geen dagen, want er was nog geen licht! Er bestonden zelfs helemaal nog geen tijden!
Wilt u dit alstublieft goed tot u laten doordringen!? God schiep de hemel en de aarde, vóórdat er tijden bestonden. God schiep de aarde, vóórdat Hij het licht had geschapen.
Het stadium waarin de aarde verkeerde tijdens de fase beschreven in Genesis 1:2, was vóórdat God het licht schiep, want: “God noemde het licht dag!”
Dus vóór de eerste dag, vóórdat God het licht schiep, was er al een periode.
Want God schiep al vóór de eerste dag de hemel en de aarde!
Wanneer was die periode dan? Voordat God het licht schiep! En hoe noemt God die periode?
“In den beginne!” (Genesis 1:1) Vóór den beginne, dus toen er ook nog geen hemel en ook nog geen aarde waren, is God er al.
Wij zijn geneigd om te zeggen: “Was God er al”, maar God is de Eeuwige.
Voor Hem bestaat geen tijd.
Voor de Vader niet en voor de Zoon niet en voor de Heilige Geest niet. “En Hij IS vóór alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem” (Colossenzen 1:17).
Maar God begon met Zijn schepping van hemel en aarde en al hun heer.
God kan die periode niet aanduiden met een voor ons begrijpelijke tijdsperiode, want er bestonden nog geen tijden zoals wij die kennen, omdat er nog geen licht was, dat voor ons zichtbaar is.
God Zelf woont in een voor ons ontoegankelijk licht (1 Timotheüs 6:16).
Dus vóór de tijden, vóór de 1e dag, zelfs vóór het licht er was, schiep God de aarde. “In den beginne!" In die fase (Genesis 1:2) was de aarde woest en ledig.
De aarde was woest.
Er was dus nog niets op geordend, geplant, geschapen.
De aarde was nog ledig.
Dat kon ook niet anders want er staat: "En duisternis lag op de vloed."
Vloed, dus de hele aarde was bedekt met een dikke laag water.
Er was zoveel water op de aarde dat alles ermee was overdekt.
Niets stak boven het water uit.
En op die vloed, op al dat water wat op de aarde was, was duisternis.
"En duisternis lag op de vloed" (1:2).
Alleen duisternis was er, want God had nog niet gezegd: "ER ZIJ LICHT!"
Genesis 1:3: "En God zei: "ER ZIJ LICHT; EN ER WAS LICHT!"
En er was licht! Wáár was dat licht?
God zei niet: "En dáár zij licht" of: "En hiér zij licht", of: "En hier en daar zij licht." Overal was licht!
Overal in het oneindige heelal was licht! “Er zij licht; en er was licht!" Er was licht in de hemel en op de aarde die God "In den beginne" had geschapen.
Wat was dat dan voor licht?
Want de zon was er nog niet!
Die 'kwam' pas op de 4e dag!
En sterren waren er ook nog niet?!
Als we met daarvoor geschikte apparatuur in het heelal (in de hemel) kijken, zien we hier en daar nog wolken.
U heeft er vast wel eens beelden of foto's van gezien.
Met infrarood of met 'gewone' camera's genomen.
Deze wolken bevinden zich op onvoorstelbare afstanden van ons.
Dat we ze tòch kunnen waarnemen en zelfs kunnen fotografen komt:
a) omdat ze enorme afmetingen hebben, die ons voorstellingsvermogen te
boven gaan.
b) omdat ze warm zijn.
c) omdat ze licht geven. Ze stralen licht uit. ZE ZIJN LICHT!
We weten intussen dat zulke wolken zich verdichten en dat uit die wolken dan hemellichamen ontstaan.
Sterren, planeten, manen en wat er zich zoal nog meer in het heelal bevindt.
Uit één zo'n wolk kan zelfs een stelsel ontstaan zoals 'ons' melkwegstelsel, met onvoorstelbare aantallen sterren.
Vroeger waren er niet alleen veel méér van die wolken, ze waren toen ook nog veel gróter.
En verstaat u het nu volgende a.u.b. goed.
In het begin, toen de Almachtige Schepper zeide: "ER ZIJ LICHT", was er zelfs maar één zo'n wolk. God schiep één zo'n wolk, die heel het heelal vulde.
Zo was er niet hier en daar licht.
Maar God zei: "ER ZIJ LICHT." En toen vulde Hij het hele heelal met licht!
Vers 4: "En God zag, dat het licht goed was."
En de aarde ging door dat licht.
De aarde ging door die wolk!
Die wolk bestond (zo'n wolk bestaat ook nu nog) uit héél kleine deeltjes.
Deze deeltjes oefenden aantrekkingskracht op elkaar uit.
Zo moest er wel scheiding ontstaan omdat op bepaalde plaatsen deeltjes werden getrokken naar de ene kant en deeltjes dicht daarbij werden getrokken naar een andere kant.
Zo ontstond er scheiding en ontstonden er dus méér van die wolken.
Meer dan de ene wolk die het daarvoor was.
Tussen die wolken van licht was niets.
Daar was duisternis!
De wolken waren LICHT en tùssen de wolken was duisternis.
Zie hoe God het noemt in vers 4: "En GOD maakte scheiding tussen het LICHT en de duisternis!" God noemde dat zo, toen Hij in de wolk van licht scheiding maakte, en tussen die wolken, liet Hij duisternis zijn.
Nu komt weer iets wat u zich goed eigen moet maken!
Als wij het hebben over een dag, dan bedoelen we 24 uur.
Of, één maal licht en één maal donker.
Of, een dag is de tijd die de aarde er over doet om één maal om zijn eigen as te wentelen t.o.v. de zon, enz. enz.
Maar God heeft alles geschapen en Hij maakt uit hoe iets genoemd moet worden, dus is het belangrijk hoe God een dag noemt!
Nou, gewoon: "Als het licht is, dan is het dag en als het duister is, dan is het nacht."
Vers 5: "EN GOD NOEMDE HET LICHT DAG EN DE DUISTERNIS NOEMDE HIJ NACHT." "Toen was het avond geweest," (voordat er licht was) "en het was morgen geweest: de eerste dag" (toen het licht er was).
De wolken verdichtten zich en werden warmer en gaven meer licht.
En hoelang het duurde dat de aarde zich in zo'n wolk bevond, tijdens zijn reis door het heelal, en het dus dag was, doet niet ter zake, want er bestonden nog geen tijden.
God had toen wel al tijdelijke dingen geschapen, dingen die vergankelijk zijn, die vergaan, die tijdelijk zijn, maar er waren nog geen tijden!
Alleen dagen (als het licht was) en nachten (als het duister was).
Maar die dagen waren nog niet van een vastgestelde tijd.
Die waren geheel naar gelang zo’n wolk groot was en hoe snel de aarde daar doorheen ging.
Maar op een keer ging de aarde uit de wolk, de duisternis in en toen werd het dus nacht op de aarde, duisternis.
Hier evenzo: Hoelang die reis duurde voordat de aarde wéér een wolk inging, doet niet ter zake, want er waren nog geen tijden zoals wij die kennen.
Nog geen zon, dus nog geen jaren en nog geen maan, dus nog geen maanden.
Die stelde God pas in op de vierde dag (v.14).
Alleen dagen waren er, want een dag was als het licht was op aarde, van duister tot duister.
Van als de aarde zich in de duisternis tussen 2 wolken bevond, totdat de aarde zich wéér in de duisternis tussen 2 wolken bevond.
Dus toen de aarde weer zo'n wolk inging werd het weer licht op de aarde, dus weer dag.
En op de aarde werd het toen niet alleen licht, het werd toen ook warmer op aarde.
Zo'n reis door zo'n wolk duurde dus in werkelijkheid maar één dag, maar naar onze huidige tijdrekening, vele jaren.
Maar zelfs zo kunnen en mogen we niet rekenen, want een jaar is gerelateerd aan onze zon en die bestond nog niet en dus draaide onze aarde nog niet in een jaar om de zon heen.
Zo'n reis door zo'n wolk duurde dus één dag.
Vers 5: "EN GOD NOEMDE HET LICHT DAG EN DE DUISTERNIS NOEMDE HIJ NACHT." Voor dat “Dag” in Genesis 1:5 staat in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst, “YÕM”. “YÕM” betekent: “Een periode van licht, wanneer er geen duisternis is. Een warme periode.” Dus geen tijd van een vast aantal uren, dagen of jaren. “YÕM”, een dag zoals daar in Genesis 1:5 staat, is dus een periode van licht en warmte.
Dat het tijdens zo’n reis door zo’n wolk op de aarde tevens warm was, bewijst God ook nog op de derde dag, maar daarover zo dadelijk meer.
Tijdens die lange reis op de tweede dag waarbij het niet alleen licht was op de aarde, maar ook warm, verdampte er heel veel van het water dat zo erg hoog op de aarde aanwezig was. (op de aarde was immers vloed).
Dat verdampte water steeg op tot bepaalde hoogte boven de aarde (er was nog geen dampkring om de aarde).
Daar bleef het door de aantrekkingskracht van de aarde en andere krachten die God heeft geschapen en ingesteld en vormde daar een laag waterdamp die de gehele aarde omhulde.
Zie wat God schrijft over dit wat Hij toen liet gebeuren.
Vers 6 en 7: "En God zeide: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren. En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel (op de aarde) waren, van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo."
Dus God liet een groot gedeelte van het water dat op de aarde was, verdampen, zodat dat water zich als waterdamp, boven de aarde ging bevinden en de aarde omhulde. Zodoende kwam er scheiding tussen de wateren! De ruimte die zich daartussen bevond, noemde God: "Uitspansel"!
Zo bevond er zich dus water ònder het uitspansel, dus òp de aarde!
En er bevond zich water bóven het uitspansel, dus niet òp, maar rondòm de aarde.
Dat is een 'natuurlijk' proces.
Natuurlijk, zoals God het heeft ingesteld.
Wij kennen het verdampte water dat van de aarde opstijgt ook, als wolken.
De laag waterdamp die om de hele aarde was moeten we niet zien als de waterdamp die wij kennen als wolken, omdat een wolk gecondenseerde waterdamp is, in de atmosfeer.
Maar hoger, daar waar de waterdamp de aarde als een bol omhulde, daar was geen atmosfeer.
Daar was geen dampkring.
Er was dus water òp de aarde en water op een afstand òm de aarde.
Daartussen was het uitspansel.
V. 8: "En God noemde het uitspansel hemel.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest, de tweede dag."
Maar vanzelfsprekend moest op een keer de aarde op zijn reis door het heelal weer uit die wolk gaan en na verloop van lange tijd 'natuurlijk' weer een wolk binnen gaan.
En het werd weer licht en het werd weer warm.
Er was wel veel water van de aarde opgestegen, maar toch was alles nog onder water.
Trouwens: Door de verminderde druk van het water op het aardoppervlak, kon er makkelijker water in de bodem doordringen.
Er ging dus niet alleen water omhoog door verdamping, maar ook drong veel van het water in de bodem door en vormde daar een enorme voorraad.
Even tussendoor.
Tijdens de zondvloed liet God dat proces in omgekeerde volgorde geschieden.
Daarover staat in Genesis 7:11: "Op die dag braken alle kolken der grote waterdiepten open en werden de sluizen des hemels geopend."
Genesis scheppingsverhaal
Verborgen voedsel
|
07 Oktober 2010 | 01:23:11
In 6 dagen geschapen
(pagina 1 van 4)
Om u dat goed uit te leggen, haal ik verzen uit Gods woord, de Bijbel aan.
Genesis 1 : 1 en 2.
In den beginne schiep God de hemel en de aarde.
De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.
Genesis 1:31 tot 2:4.
En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag. Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer. Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had. En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht. Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden. Ten tijde, dat de Here God aarde en hemel maakte.
Wat ik nu ga uitleggen is één van de zaken waarover vele speculaties zijn en uitleggingen, maar niet één daarvan is juist.
De Heer wil dat wij meer weten over wat Hij heeft geschapen en hoe Hij dat heeft gedaan.
Het allerhoogste wat God wil en wat een mens kan bereiken is de bruid van Jezus Christus worden.
Ook u wil Hij daar graag bij hebben!
Een ieder die tot de bruid van Jezus Christus wil behoren, mag de Heer nog veel beter leren kennen dan iedereen die daar niét toe wil behoren.
Als u tot de bruid van Jezus Christus behoort heeft u het hoogste bereikt wat God met Zijn schepping heeft bedoeld.
U zult eeuwig in een onvoorstelbare heerlijkheid verkeren.
Met een verheerlijkt eeuwigheidslichaam, in een schoonheid die alles wat wij van dit leven kennen en weten, ver te boven gaat.
Geen dood, geen ziekte, geen lichamelijke ongemakken, of gebreken meer.
Geen pijn, geen angst, geen zonde of verkeerde verleidingen meer.
En u zult tevens de allerhoogste status hebben bereikt, want u zult, samen met Hem, eeuwig heersen, over de hemel en over de aarde en over alles wat zich daarin bevindt.
Zowel in het duizendjarig vrederijk, als in de eeuwigheid daaropvolgend waarin God alles zal vernieuwen en alles van een veel grotere glorie en heerlijkheid zal zijn.
Ik leg dat zo nadrukkelijk uit, alhoewel er nog veel meer over te vertellen is, omdat iedereen goed moet beseffen dat dit geldt voor een ieder die daartoe wil behoren, die dat wil ontvangen, die dat wil bereiken.
Ongeacht uw leeftijd.
Ongeacht of u man of vrouw, volwassen, oud of kind bent.
Ongeacht uw lichamelijke gesteldheid.
Ongeacht wat u hebt ge(mis)daan.
Ongeacht of u al ‘gelovig’ bent (geweest), enz.
Over de zes dagen waarin God alles schiep zijn de meest vreemde hersenspinsels, uitleggingen, geschreven of op andere wijzen verschenen of openbaar gemaakt.
Veelal door gelovigen die daarbij niet door God de Heilige Geest werden geleid en daarover geen openbaring van Hem hebben gehad.
Men spreekt dan dikwijls over 6 perioden, 6 tijden, of meer van deze eigen uitleggingen.
Soms verbindt men aan die perioden of tijden ook nog een vaste tijd, bijvoorbeeld van 1000 jaar, dus totaal 6000 jaar.
Meer nog kunt u er over lezen door wat geschreven is door wetenschappers.
De naam die ze zichzelf toewijzen zowel als de categorie waaronder ze het willen onderbrengen is al niet gepast.
Het is niet wetenschappelijk, het is ook geen wetenschap, en het zijn ook geen wetenschappers.
Het hoofddeel waaruit deze woorden bestaan doet vermoeden dat zij wat zij verkondigen, ook weten.
Maar geen van hen weet er ook maar iets van. Ze gissen er naar. Ze veronderstellen iets, of vermoeden iets. En gaan dan vanuit hun verkeerde veronderstellingen of vermoedens, onderzoek plegen. En vervolgens passen ze alles aan bij de normen waar zij vanuit gaan.
Ze doen dat dan ook nog met behulp van methoden, bijvoorbeeld voor vaststelling van datering of ouderdom, waarvan allang is bewezen dat deze uiterst onzuiver en uiterst onnauwkeurig zijn.
Bij de meeste zaken is het zo dat, als iemand er 50% naast zit, het al niet meer aannemelijk is en 100% ernaast wordt meestal niet getolereerd of vreemd gevonden, bijvoorbeeld bij begroting of calculatie. Ook wanneer men een kind van 10 jaar oud op 20 jaar schat is dat zeer vreemd! Dan zit men er 100% naast, 2 x zo oud.
Maar bij en van wetenschappers die zich bezig houden met de vaststelling van de zes dagen van de schepping, de ouderdom van de aarde en tijden van Gods schepping, wordt het als normaal geacht en geaccepteerd dat ze 10 x zo oud, (1.000 %), 100 x zo oud (10.000 %), of zelfs 1000 x oud (100.000%) verkeerd schatten.
Dat kan ook niet anders, omdat ze persé niet willen uitgaan van wat God erover heeft laten weten. Hij is Degene die het allemaal Zelf heeft geschapen en het exact weet.
Hij is trouwens de Alwetende!
Maar omdat zij daarin zonder God proberen wijs te worden en te weten te komen, is alles wat zij daarover publiceren of op ander wijze kenbaar maken, totaal, niet weten. Maar meestal wèl, totaal belachelijk. Omdat ze dit (vrijwel) altijd doen vanuit hun opstandigheid tegen God, kunnen ze het nooit, zelfs niet bij benadering, weten. Dezen willen meestal persé God niet erkennen en zeker niet als de Schepper van alles. Ze willen meestal alles doen en hebben er zeer veel voor over om Hem niet te erkennen en om de mensen te misleiden opdat ook zij God niet als zodanig zullen erkennen.
Ik schrijf dit niet om deze mensen belachelijk te maken of om hen onderuit te halen.
Maar het is nu de tijd dat we veel zaken van God echt mogen weten.
Dan is het nog makkelijker om in God te geloven.
Verder is het dan aan ieder mens persoonlijk of deze wil geloven in wat God laat weten, of dat deze wil geloven in wat hij/zij graag gelooft, maar waarvan hij/zij weet dat het niet waar is. God wil dat u deze belangrijke zaken weet, om het u makkelijker te maken om te kiezen. En nu God de waarheid er over heeft geopenbaard en er nog maar zo’n korte tijd is, zal ieder mens moeten kiezen.
De belangen zijn voor iedereen zo onmetelijk groot, dat we in het korte poosje dat ons nog rest, de waarheid moeten laten weten.
De meeste mensen hebben geen idéé welke plannen God met hen heeft en hoe ze in Zijn dienst kunnen staan.
En ook niet wat er met hen gebeurt in de eeuwigheid die nu zo spoedig intreedt, als ze Hem niet erkennen en aanvaarden.
Er is echt maar één manier om te weten te komen hoe het precies was, met die dagen van de schepping en hoe God dat heeft gedaan. Die éne manier is, het van God verstaan!
Als iemand dat dan van God mag verstaan is dat al fantastisch, zeker als het aannemelijk en niet te weerleggen is.
Maar als het dan ook nog in Zijn Bijbel staat, en God het na duizenden jaren openbaart, kan niemand het maken om ook hierin weer, in opstandigheid tegen God, het te ontkennen of zelfs proberen het te weerleggen.
Mag ik proberen het aan u duidelijk te maken? En wilt u met mij meedenken? Wilt u, om het te verstaan, God de Heilige Geest vragen om u daarbij te helpen? Iedereen mag dat aan de Heilige Geest vragen! En het is fantastisch om te mogen ervaren dat God u daarbij helpt.
Ik zal eerst trachten te schetsen wat er vóór deze schepping van God was.
Wilt u proberen te begrijpen dat, vóórdat God hemel en aarde schiep, er niets was wat wij kunnen waarnemen. Zelfs niet als er toen mensen waren geweest. Vóór God de hemel en de aarde schiep, was er alleen maar eeuwigheid en was alles van eeuwigheidswaarde. God noemt dat ook wel, onvergankelijk. Dat vergaat nooit.
Maar voor de plannen die God had uitgedacht en ging verwezenlijken, was het nodig dat Hij tijdelijke dingen ging scheppen. Vergankelijke dingen. Alles wat wij kennen en kunnen waarnemen is vergankelijk. Dat vergaat. Sommige dingen wel na lange tijd, bijvoorbeeld, hemellichamen of diamant. Maar ze vergaan.
Wilt u even de hemel, de onmetelijke ruimte, het heelal, zien als een totaal lege ruimte?
Dat is nooit zo geweest, want God is er altijd geweest en voordat Hij hemel en aarde schiep, schiep Hij de engelen en die bevinden zich daar ook. Maar dat zijn wezens die in een, laten we voor even stellen, andere dimensie zijn. Met onze zintuigen kunnen we hen niet waarnemen. Zij zijn van een andere materie dan elke andere materie die wij kennen.
Zij hebben daar in zoverre niets mee te maken dat ze door de materie die wij kennen, niet belemmerd worden. Daarom kunnen ze overal ’doorheen’ en kunnen ze bijvoorbeeld niet verongelukken, of verbranden door vuur of op een andere wijze schade oplopen. (Dat zal trouwens voor ieder mens die het eeuwig leven van God aanvaardt, ook gaan gelden en voor een ieder die bij de bruid van Jezus wil horen, al zeer spoedig).
Vóór God de hemel en de aarde schiep was die oneindige ruimte dus totaal leeg. Nogmaals van alles wat wij kunnen waarnemen. Toen ging God de tijdelijke, vergankelijke dingen scheppen die nodig zijn om Zijn plannen te verwezenlijken. De dingen waar wij, de mens, Zijn hoogste schepping, de mens die Hij de kroon op Zijn schepping noemt, mee te maken hebben.
7000 jaar.
6000 jaar en dan het 1000 jarig vrederijk.
Die hebben niet zozeer met de tijd te maken die God er over deed om alles te scheppen, maar ze staan wel om zeer belangrijke redenen in zeer nauw verband.
De Heer legt er dan ook zeer de nadruk op bijvoorbeeld in 2 Petrus 3:8: “Doch dit ene mag u niet ontgaan geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.”
Daar zullen we nu verder niet over uitweiden, omdat dit in de uitleg over de tijden van de schepping niet de bedoeling is om dit letterlijk om te zetten.
We gaan ons laten leiden door wat God er over laat weten vanuit Zijn ware woord, de Bijbel en wat Hij aan mij daarover heeft geopenbaard en uitgelegd.
“Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.” (Genesis 1:31) “Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer.” (Genesis 2:1).